Geen dag te vroeg kwam ze, die vakantie. Voor mij liggen vier dagen verplichte onthaastingskuur. Nu ja, op dit moment, dinsdagavond, dus nog drie.
Dat het verdorie moeilijk is. Ik verplicht mijn lijf om uit te slapen, maar mijn hoofd wordt klokvast klaarwakker om 9 uur ’s ochtends. Ik dwing mijn lichaam tot rust in de hangmat in het park-achter-de-hoek en het geniet, het geniet! Maar mijn geest blijft dwangmatig plannen en to-dolijstjes maken. Ik moet nog dit en ik moet nog dat en ik zou daar nog moeten kunnen passeren morgen en die taak is al maandenlang blijven liggen en die vriendin heb ik al zo lang niet meer gezien en…
Ik weet dat het weer een paar dagen gaat duren vooraleer mijn hoofd ook met vakantie is. De kunst is zo snel mogelijk te stoppen met alles efficiënt te willen plannen. Om mijn kopje leeg te maken en te verhinderen dat er meteen nieuwe dingen in worden gestopt. Agenda hardnekkig leeg houden, ondanks honderd-en-één leuke ideeën en voorstellen van vrienden en familie.
Pas dan dringt het echte vakantiegevoel helemaal door. Dus sorry, dear friends en family en zelfs Held, maar deze week is voor mij. Lekker voor mij alleen. He-le-maal voor Lieve. Want een workaholic als ik heeft soms een persoonlijke afkickkuur nodig. En die bestaat deze week uit veel nietsdoen, veel lezen, veel zonnen in het park en veel shopppen.
Wie zin heeft om mij bij deze bezigheden te vergezellen, mag mij daarentegen altijd onverwacht contacteren. Altijd welkom, als ik het maar niet in mijn agenda moet zetten.
Het verhaal van de dingen is vrij fatalistisch en deprimerend. Geen enkel woord uit mijn lievewoordenarsenaal is op dat verhaal van toepassing. Dus hou ik het bij een kort maar krachtig oproepje om te kijken naar deze teaser voor het filmpje dat ik zonet zag en waarbij de tranen mij begot in de ogen schoten. Het hele filmpje duurt zo’n 20 minuten en je kan het gratis downloaden op www.storyofstuff.com. Kijk en doe iets!
Het is gedaan. Ik wil hem niet meer zien. Het werd de laatste weken steeds erger, maar dit keer gaat het echt te ver.
Sinds enkele weken ben ik resoluut en principieel ex-lezer van De Morgen. Ooit mijn favoriete dagblad, nu een bijeengeraapte hoop mainstream artikels en nonsense-news. Een krant die zonder twee keer nadenken gevuld wordt met Belga-berichten en een mediakatern dat alleen maar dient om Brecht Decaestecker een vaste job te bezorgen.
Op de redactie van de krant waar ik ooit zo van hield, moet ondertussen een heel aantal stoelen leeg zijn. Journalisten buitengegooid of uit principe zelf opgestapt. Dat monument Bernard Dewulf mee in de goot belandde, sloeg alles. Sindsdien keur ik De Morgen geen blik meer waardig en lees ik elke morgen, voor ik naar mijn werk vertrek, die ene column van de Meester die ik ooit op mijn prikbord speldde. En ik voel diep medelijden met Margot Vanderstraeten, die moet proberen om de Onvervangbare te vervangen als sidekick van Hugo -ik moet uw columns lezen met een woordenboek ernaast- Camps.
Om de pijn van mijn break-up met De Morgen te verzachten: surf naar de blog van Tim Van der Mensbrugghe. Om de laatste sappige inside roddels over het wanbeleid bij die “krant” te ontdekken. Om uw frustratie te delen met anderen die De Morgen zien doodbloeden. Om te rouwen en uw medeleven te betuigen aan de vele stervenden. En ook omdat Van der Mensbrugghe nu eenmaal scherp en boeiend schrijft. Dat blijkt nu eenmaal een voorwaarde om bij De Morgen buitengegooid te worden.
In de tuin van onze buurman stond een pracht van een boom. Een japanse kerselaar, met miljoenen roze blaadjes die in de lente als dromerige sneeuw naar beneden dwarrelden. Die roze sneeuw was elk jaar opnieuw, zonder dat iemand het wist, mijn meest geliefkoosde speelgoed.
Het spel begon wanneer ik de zware poort van Buurman hoorde dichtslaan. Buurman weg, tuin voor mij alleen! Dan kroop ik met mijn kleuterbeentjes vlotjes over de muur. Om aan de andere kant te landen in het paradijs. Poef, twee voeten op een zacht tapijt van bloesemblaadjes. Even links kijken, even rechts. Was de tuin leeg?
Dan kon de pret beginnen. Rollebollen in het roze, onbezonnen buitelen in de zee van bloemblaadjes. Ik ging op mijn rug liggen, helemaal bedekt met blaadjes, en veranderde in een prinses met roze jurk. Ik droomde gelukzalig weg in de stipjes helblauwe hemel tussen de takken van de Boom. En ik sprong recht, gooide de bloesem als zachte confetti de lucht in, en giechelde luidop zoals alleen een meisje van vijf dat kan. Momenten om te koesteren.
Buurman is dood, nu. Ikzelf ben jaren geleden al verhuisd. Maar onlangs passeerde ik toevallig mijn vroegere thuis. De Boom was weg. Omgehakt. Geen meisjes van vijf meer om te dartelen onder zijn kruin.
Vorige week zag ik mannen in pak op tv, op een boot. Ze voeren over de Schelde en keken naar een bos. “Dáár komt de aansluiting op de Ring”, wees er één. “Dat wordt een prachtig zicht, die constructie!” “Aha, is dat nog allemaal ongebruikt gebied?”, vroeg een ander. Met lichtjes in de begerige ogen, dromend van de tonnen cement en baksteen die hij zou laten aanvoeren. “Ja,” antwoordde een derde, “dat is daar maar natuurgebied hé.” Weg met de bomen, leve de brug. Denkt u nu echt, heren van die liberale partij, dat meisjes van vijf blij zullen buitelen en dansen onder uw betonnen bomen?
Weg met het pseudo-taboe, ik uit hier ongegeneerd mijn politieke mening: ik wil duizenden lieve woordjes fluisteren in de oren van al die mensen die vandaag niet meer voor het Vlaams Blok/Belang hebben gestemd! Dank u, dank u wel!
(en nu mijn politieke mening geen taboe meer is, komt u in een later stadium ongetwijfeld wel het bedrag op mijn loonbriefje en mijn duistere familie- en bedgeheimen te weten )
Ik sta te popelen om weer te gaan werken morgen. Eindelijk terug naar Brussel! Eindelijk weer naar die heerlijk vieze smoglucht! Ik kan niet wachten, tel de uren af. Want hier in Antwerpen is er geen ontsnappen aan. Terwijl u op Sint-Anneke of in uw persoonlijke ligstoel ligt te zonnen, moet ik mezelf een heel weekend opsluiten.
Mijn lijf weigert namelijk om buiten te vertoeven dezer dagen. Wanneer ik dat bevel negeer, dan protesteert het. En dan zal ik het geweten hebben. Dan gaat het beven, sidderen, niezen, tranen, hoesten, piepen, pikken en schreeuwen. Want dat is nu eenmaal wat hooikoorts met u doet op slechte dagen.
Vrijdag zat ik volop te snotteren tijdens een interview. Zaterdag moest ik binnenblijven tijdens het familiefeest, terwijl de tantes en nonkels en neven en nichten gezellig zaten te barbecueën in het zonnetje. Zondag heb ik me dan maar thuis opgesloten. Maar vandaag bleek dat zelfs niet te helpen: één stap op mijn binnenkoertje en mijn lijf was weer vertrokken. Terwijl ik alleen maar een straaltje zon en de bijhorende energie wilde meepikken!
En mijn vertrouwde pilletjes laten het afweten. De verraders. Dus kan ik niets anders doen dan binnenblijven. En werken. Voor het Weekblad, voor de site van Het Nieuwsblad. Werken tegen de sterren op. Met veel plezier, overigens. Maar zouden mijn bazen misschien dat helse goede weer hebben besteld?
Ik had schrik. Alsof ik met één bliksemschicht -al waren het er behoorlijk meer- werd teruggekatapulteerd naar mijn kindertijd. De donderslagen rommelden aan één stuk door en hadden me bruusk uit mijn slaap gehaald. Maar echt wakker was ik niet, dus haalden mijn angstige instincten het van mijn volwassen verstand.
Geen gezellig nachtelijk onweertje om stil genietend naar te liggen luisteren, maar een onophoudelijke aanval van knipperende lichtflitsen, oorverdovende donder zonder genade en ratelende hagelbollen op mijn koertje.
Mijn arm greep automatisch naar de plek naast mij in bed. Leeg. Geen Held met beschermende armen om in weg te kruipen.
Heb me dan maar zo diep mogelijk in mijn donsdeken verstopt. En mij afgevraagd of Held, op zovele kilometers afstand, niet ook een heel klein beetje bang zou zijn.
Ik ging alleen maar een nieuwe donsdekenovertrek kopen vandaag, meer niet. En ah ja, naast die winkel was een spotgoedkope schoenenwinkel, dus ook daar moest ik natuurlijk even binnenspringen. Een paar fantastische schoenen, niet te geloven! Ik zet mij op het schoenpasstoeltje, ik pas. Ik zet een stapje dichter bij de spiegel om die prachtexemplaren te bekijken. Ik kijk om. En ik zie mijn handtas niet meer staan.
Twee blikken rondom volstaan om te zien dat dat niet de fout is van mijn eigen slordigheid. Ik spurt de winkel uit (op de onbetaalde schoenen). Blijf op straat staan, luid vloekend en roepend. Wie de dief ook was, hij of zij is meteen in de winkelende massa verdwenen. Weg portefeuille met amper 20 euro. Weg gsm, met die allereerste foto van Held en mij. Weg treinabonnement en identiteitskaart. Weg iPod. Weg is mijn bankkaart en weg is de zijne.
Na twee uren met hysterische huilbuien, apathisch winkelpersoneel en onverschillige Antwerpse politieagenten kom ik weer tot bedaren. Niet zo erg, uiteindelijk. Zus, die vlakbij woont, heeft een reservesleutel van mijn thuis. Zus, de schat, schiet me wat geld voor. De buren laten me Card Stop bellen. Er wacht me een boel administratieve rompslomp, maar er zijn erger dingen in ‘t leven.
Het enige wat ze mij niet terug kunnen geven, is het vertrouwen in andere mensen. ‘t Zat niet in mijn handtas, maar ze hebben het meteen mee gepikt. U bent gewaarschuwd, onbekende man of vrouw in de straat. Ik vertrouw u niet meer, nooit en voor geen haar.
Op dit moment is er maar één ding dat mij die nare onbekende dief kan doen vergeten: een grote pot Ben & Jerry’s. New York Super Fudge Chunk. Met véél chocolade. Geen betere therapie denkbaar.
Gij zijt een carrièrevrouw, zo hoog mogelijk aan de top. Gij verdient veel en koopt designmeubelen voor uw loft in de stad. Gij hebt een schat van een man, die zijn job graag doet en geregeld ook de afwas en de strijk. Ge hebt ook twee schatten van kinderen, zo’n koningspaar van een jongen en een meisje. Werk- en privéleven kunt ge perfect combineren, dankzij uw talent voor timemanagement (en ook een beetje dankzij de poetshulp en de kinderopvang). Ge houdt zelfs nog tijd over om te sporten, lekker te koken, aan uw figuur te werken, te ontspannen en uwe man in de watten te leggen. Gij zijt voor 200% gelukkig en uw gezinnetje ook.
Gij zijt die perfecte vrouw die ze van ons proberen te maken. Ge zijt overal! Het zou te makkelijk zijn om de schuld op de boekskes en de teevee te steken. Want zelf doen we ook allemaal alsof we u willen zijn. We proberen tegelijkertijd fulltime te werken, fulltime ouder te zijn, een druk sociaal leven te hebben, een goede gezondheid te cultiveren, onszelf en anderen nuttig bezig te houden. Net zoals u. Maar we komen vooral veel tijd te kort.
Ik heb geen zin om u te zijn. Het lijkt wel taboe als ik zoiets durf zeggen. Ik wil later niet én mama, én carrièrevrouw, én liefhebbende echtgenote, én sociaal geëngageerde madam zijn. Het lijkt wel alsof geen enkele vrouw nog gewoon mama wil zijn en thuis wil zijn. Zij die zich toch licht in het voordeel van thuisblijven en huisvrouw zijn durven uitspreken, worden met scheve ogen bekeken. Uitgespuwd, maatschappelijk niet meer aanvaard. De kinderen kunnen toch naar de kinderopvang? Leer manlief toch strijken en poetsen? Er liggen toch klaarmaakmaaltijden genoeg in het diepvriesvak? Je ziet je kinderen ’s avonds toch nog een halfuurtje?
Terwijl ik met heimwee terugdenk aan onze kindertijd. Toen ik thuiskwam van school bij een mama die er altijd was. Die de hele week rustig de tijd had om het huis op orde te houden, zonder dat daar stress of late uurtjes bij kwamen kijken. Zelf heb ik met twee jobs zo weinig tijd dat ik geregeld om middernacht nog de afwas sta te doen. En de strijk doe ik op een sporadische zondagavond, liefst nog voor tv. Zo pik ik toch nog wat ontspanning mee.
Mijn mama, die had tijd om lekker te koken. Met een schort rond. Opschrift: ‘De liefde van de man gaat door de maag’. Mijn allereerste levenswijsheid, geleerd van mijn huismama. Mijn mama, die keek er nauwgezet op toe dat we onze kamers netjes hielden. Mijn mama, die kon naar de supermarkt op een moment dat het daar paradijselijk rustig was. En ’s avonds zat ze in haar grote zetel, lekker ontspannen, met een boek en een geschild appeltje.
Ooit, niet nu, maar ooit wil ik ook zo’n mama zijn. Thuis. Zonder van hier naar daar te hollen. Met overzicht en controle over alles wat er in huis gebeurt. Laat Miss Perfect haar carrière maar uitbouwen. En centjes verdienen om haar kinderoppas mee te betalen. Mij niet gezien.
Hij is de wereld bijna uit. Wie goed zoekt, vindt hem nog in zwartwitfilms en in vele meisjesdromen. Hij is nochtans zo gegeerd: de echte gentleman. Met de ouderwetse flair van Gene singin-in-the-rain Kelly, de beschaafde manieren van Colin meneer Bridget Jones Firth en het voorname voorkomen van Sean Connery als de ultieme James Bond.
Alle feministische inspanningen ten spijt: ik wil er ook eentje. En er mogen er ook veel meer op mijn trein naar het werk springen, want vanmorgen ging het daar weer goed fout. Probeer maar eens op de trein te raken wanneer er een hoop hippe zakenlui in goede conditie klaarstaat om te sprinten en te vechten voor een zitplaatsje. De yuppies missen dikwijls zelfs het respect om uitstappende reizigers voor te laten. Een bende vechtersbaasjes uit een slechte actiefilm, zonder Bond-allures.
Waar zijn ze toch, die gentlemen? Die mannen, liefst in driedelig pak, die galant hun plaats opofferen voor een jongedame in bus of tram. Ze houden de deur voor je open en laten je voorgaan. Ze zijn immer galant en charmant. Ze rijden de auto voor met slecht weer, zodat mevrouw niet door de regen hoeft te lopen. La vita è bella! Ze zouden het leven er zoveel mooier en aangenamer op maken.
Goed, sommige vrouwen vinden het vervelend of ronduit beledigend wanneer een man zich behulpzaam en attent toont. Gelijke rechten hebben we gevraagd, gelijke rechten hebben we gekregen. Maar toch. Stiekem vind ik het wel leuk wanneer meneer spontaan de te zware boodschappentas overneemt. Stiekem geniet ik ervan wanneer mijn eigen gentleman mijn jas helpt aantrekken. En ik moet toegeven dat zo’n ondersteunende arm verdorie handig is wanneer je met hoge hakken over kasseien sukkelt. Net als in de film, maar geen James Bond die er tegen op kan.