De genadeloze beperking van een dag met 24 uren

26 februari 2009

De Antwerpen-blog van Het Nieuwsblad updaten, schrijven voor Indymedia, mijn fulltime job bij het Weekblad… 

Energieleveranciers en netbeheerders bashen per telefoon en mail, exotische sapjes en smoothies uitvinden, vier boeken en twee kranten en zes tijdschriften tegelijkertijd lezen… 

Een dag zou pas mogen eindigen wanneer al je bezigheden achter de rug zijn en alle plannen uitgevoerd!


Mijn zelfontspanner

20 februari 2009

Alsof mijn intuïtie foto’s maakt van die eerste momenten, zonder dat ik zelf op de ontspanner heb geduwd. Zou iedereen dat hebben? Zo’n oude doos vol momentopnames van eerste ontmoetingen, die later je leven ingrijpend veranderd blijken te hebben?

In mijn wonderlijke verzameldoos zitten ruwe diamanten. Het zijn herinneringen aan mensen en plekken die nadien zouden uitgroeien tot vriendschap en onderdak. Tot fijngeslepen en fonkelende edelstenen: Held, mijn beste vrienden, de plekken op aarde die ik “thuis” heb genoemd.

De zus van
Het decor van één zo’n tableau vivant dans ma mémoire is een speelplaats op de middelbare school. De spijlen van de reling voor de lage, troebele ramen, het afdak, de grijze vierkante tegels: het beeld blijft na tien jaar nog even scherp. Tegen de reling staat een 14-jarig meisje wat onwennig rond te hangen. Nieuw op school, maar dat wist ik nog niet. Ik loop voorbij en ze roept naar me. “Hé, zus van Nele!” Klik, flits, foto. Ik ken dat meisje van ergens. Ze heeft een tomaatrode jas aan, die ze ook droeg toen we elkaar voor de eerste keer toevallig ontmoetten op een Chirozondag.

speelplaatspix

Bijna tien jaar, tientallen ijsjes in ’t Stad en ontelbare uren geklets verder zijn we nu. De tomaatrode jas werd ondertussen ingewisseld voor een modieuze oranje met pluizige groene sjaal, maar het meisje IN de jas is nog altijd mijn beste vriendin.

Het roze huis
Madrid, september 2005. Ik sta net op eigen Erasmusbenen, nog wat wankel en onwennig. Ik ga naarstig op zoek naar een studentenkamer. Het budget is beperkt, de kamers die ik bezoek aanvaardbaar maar niet ideaal. Ik weeg bij mezelf objectieve argumenten af, pro’s en contra’s, “te klein en verzorgd” versus “groot genoeg maar slecht gelegen”. Niet nodig, zo blijkt na vier dagen. Ik ga nog één kamer bekijken. In de Calle Pamplona. De huisbazin steekt het sleutel in het slot van een glazen deur met dikke tralies ervoor. Ik stap het halletje binnen. Ik heb nog niets gezien van de kamer, van het huis. Maar een tintelend gevoel vertelt mij: dit is het. Hier ga ik vijf maanden wonen. Dit zit goed. Klik, flits, foto.

callepamplonamadrid

En elke keer dat ik terugkeer naar mijn tweede thuisstad, Madrid, keer ik terug naar dat roze geschilderde huis in de Calle Pamplona. Waar we met 12 internationale studenten de gekste Halloween- en andere party’s organiseerden. Waar ik op Nieuwjaarsochtend warme Spaanse chocolade dronk vooraleer in bed te kruipen. Waar ik iedereen ziek maakte met kilo’s chocolade, aangevoerd uit België. Waar mijn kotgenoten en ik midden in een januarinacht  een kerstboom uit het raam van de tweede verdieping gooiden.

Een Goeiemorgen
En dan Held. Het eerste beeld van hem staat op mijn netvlies gebrand. Ik stap de ruimte binnen waar hij aan het werk is. Laat mijn uitzonderlijk goede humeur van die dag zijn werk doen en groet hem met een stralende ‘Goedemorgen’. Hij reageert met een verbaasde blik en een groet terug aan die spontane onbekende. Klik, flits, foto. Het kortst mogelijke moment, banaal en onbetekenend, maar mijn geheugen heeft ervoor gekozen het te onthouden.

Behoorlijk mysterieus, die eerste momenten. Waarom belandt het ene moment wel in mijn doos met diamantjes, en het andere niet? Slechts één criterium lijkt van toepassing: het zijn de momenten waarop mensen zichzelf toegang verschaffen tot mijn persoonlijke fotoboek, waar ze één van de mooiste en meest prominenten plaatjes zullen worden. Maar hoe mijn geheugen op voorhand weet dat iemand zo belangrijk gaat worden, blijft me een behoorlijk raadsel.


Bart De Wever achterna

18 februari 2009

Gerommel in de verte. De spanning stijgt. 

Kwis op komst. Zaterdag. Mijn hersenen worden dezer dagen Bart-De-Wevergewijs koortsachtig volgestopt met triviale feiten en nutteloze weetjes. 

De collega hier naast mij komt in hetzelfde kwisteam te zitten. Sinds maandag bestoken we elkaar op tijd en stond met vragen die er niet toe doen maar waarop het antwoord zaterdag wel eens cruciaal kan blijken te zijn. 

“Hoe heet die berg nu weer waarin die vier Amerikaanse presidenten zijn uitgehouwen?” (Mount Rushmore; een national park in South-Dakota waarvan een indianenstam by the way claimt dat het hun grondgebied is)

“Wat was de naam van die Belgische actrice die nu in een Hollywoodfilm meespeelt?” (Lynn Renée, en een bonuspunt omdat ik mij een dag na deze vraag nog de titel van de film herinner: The Hessen Affair)

“Wat is nu weer de hoofdstad van Madagaskar?” (een klassieker! Antananarivo, natuurlijk)

Zelfs wanneer ik een liedje neurie, borrelen spontaan de kwisvragen op.  ”Hoe heet dat liedje nu toch?” (de Triomfmars van Verdi, uit de opera Aïda)

Met één actualiteitskrak, één sport- en tv-krak, één personeelsdienstkrak, één vormingskrak en één, euh, persoon die de sfeer er moet inhouden (me) komen we er wel zaterdag. En als we niet winnen, heb ik nog altijd pakken nutteloze informatie bijgeleerd deze week!


Millieuterrorist

10 februari 2009

Ik noem mezelf een milieuterrorist. Ik sorteer maniakaal nauwkeurig: het papiertje van mijn theezakje gaat de papierdoos in, het zakje zelf in het groente-fruit-en-tuinafval. Ik zet tijdens de middagpauze mijn computerscherm uit, switch de radio off en doe het licht uit. Ik krijg het niet over mijn hart kleine drankjes in brikverpakking te kopen en kies voor de grote glazen flessen ernaast. Ik print documenten dubbelzijdig af en gebruik kladpapier om mijn telefoonkribbels en notities op achter te laten. Ik weiger overbodige apparaten in mijn keuken omdat die toch alleen maar teveel elektriciteit verbruiken: een microgolf, een keukenrobot, een dubbele mixer of een waterkoker. Ik heb vijf jaar lang pertinent geweigerd mijn rijbewijs te halen, in de overtuiging dat ik er met trein-tram-bus ook wel zou raken, zónder de ozonlaag naar de vaantjes te helpen. Ik poets mijn tanden met een bekertje water in plaats van het kraantjeswater te laten lopen. 

Ik ben vrij extremistisch milieutaristisch op sommige momenten, dat geef ik toe. Maar ik ga nooit iemand verplichten om die kleine gewoonten over te nemen. Mijn bemoeienissen beperken zich tot af en toe een afkeurende blik. Voor de rest houd ik me in. 

Maar dit! Dit moet je gezien hebben. Iets van Nic Balthazar. Het vraagt je slechts 5 minuten en 54 seconden van je tijd. Het is bovendien ook leuk, aantrekkelijk en catchy. Het wordt begeleid door krachtige muziek van Hooverphonic. Een filmpje. Dat iederéén moet zien. En liefst iedereen in actie zou moeten doen schieten, vooral de politici die de mogelijkheid hebben om dingen te veranderen. Act now!


Liever niet, liever wel

9 februari 2009

Keelpijn, wallen onder de ogen, hoofdpijn en slaaptekort. 
Verjaardagen, nergens goed voor.

Een gezellige hoop vrienden en familie, een lief dat nog liever is dan anders, mijn favoriete reiscafé en salsabar en een glimlach op mijn gezicht voor de rest van het weekend. 
Verjaardagen, ik wil er elke dag wel eentje.


Een brombeer in mijn badkamer

2 februari 2009

“Wanneer er iemand onaangekondigd voor mijn deur staat, ga ik nooit de deur opendoen. Zelfs niet wanneer mijn auto zichtbaar op de oprit staat of wanneer de bezoeker mij ziet zitten in mijn fauteuil in het salon. Ik ben een gastvrij mens, maar gastvrijheid heeft zijn grenzen. Bezoekers moeten mij eerst verwittigen voor ze langskomen, en dan ontvang ik ze met veel plezier.”

Ik kampeerde al twee uur in de badkamer. Zondag, weet je wel. Een zondag Zonder Plannen en Zonder Held, bovendien. Wat betekent: veel tijd om onder de douche te blijven staan en om bodylotions, scrubs en scheermesjes boven te halen ter zelfverwenning. En ondertussen veel tijd om echt  naar de radio te luisteren. Bromberen, zo heette het programma. Een vrijplaats voor bekend volk allerhande om alledaagse frustraties eruit te gooien op ludieke wijze. Levert mooie en herkenbare radio op. Amusant, dat ook.

Maar bij bovenstaande uitspraak van Jan Van Den Berghe, royaltywatcher en in een ver verleden naar het schijnt ook nog iets anders, stopte ik even verbouwereerd met smeren en scheren.  Tijdens het eerste halfuur gebrom had Jan Van Den Berghe mij best een sympathieke mens geleken: een mens met kleine ergernissen, maar genoeg zelfspot om die te kunnen relativeren. Maar onverwacht bezoek ostentatief voor de deur laten staan? Jan, Jan, Jan.

Onverwacht bezoek is toch met voorsprong het mooiste wat je kan overkomen? Iemand die heel impulsief beslist om jou te vereren met een bezoekje. Iemand die ervoor zorgt dat je een halfuurtje gezellig kan kletsen en theedrinken in plaats van eenzaam met een boek in je zetel te hangen. Is het zo moeilijk om in te spelen op een onverwachte situatie? Wat maakt je bang, Jan? Schrik dat iemand je kostbare tijd zal stelen?

Vreemd. Nog niet zo lang geleden liepen ook bij ons de mensen elkaars deuren plat. En nu kijken we vreemd op wanneer we zoiets in andere culturen vaststellen. “Wat een gastvrijheid!” Je mag gerust zijn, bij mij sta je nooit voor een gesloten deur. Kom gerust onverwacht langs. En vergeet zeker niet om niet te verwittigen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.