Als ik kwaad ben, heb je verschillende mogelijkheden. Ik kan licht geïrriteerd zijn. Soms ben ik op mijn tenen getrapt. Koleirig, dat kan ook. Of heel erg verontwaardigd.
Maar echt razend kwaad, ronduit woest, zo’n bui waarin je met verwijten gaat slingeren en zin hebt om -bij wijze van spreken- iemand in elkaar te timmeren? Dat overkomt me zelden. Maar ik voel het: nu is het bijna zover. De spanning stapelt zich op en heeft bijna haar kookpunt bereikt.
Held woont net in een nieuwe studio. Vier bij vijf meter, pas gerenoveerd, goed geïsoleerd, hartje Brussel. Hij verwarmt de kamer met een kleine gaskachel. En zijn nieuwe energieleverancier wil hem een verbruik aanrekenen waarmee ik zonder moeite een villa zou kunnen verwarmen.
Daar kan een mens “gewoon kwaad” van worden. De echte, pure woede kwam er pas toen we probeerden om die fout te laten rechtzetten. Vier mails. Twee faxen. Zesentwintig telefoontjes, naar mijn energieleverancier en netbeheerder. Vier met zijn huisbaas. Eentje naar de informatiedienst van de federale overheid.
En om het helemaal te gek te maken: na al die tijd- en geldverspilling is zijn probleem nog altijd niet opgelost. We worden van veel kastjes naar nog meer muren gestuurd. Razend kwaad word ik daarvan!
Ik heb niets tegen de callcenter-medewerkers van mijn energiemaatschappij hoor. Fijne mensen, ik ken ze ondertussen bijna allemaal. Sofie, beleefd en professioneel. Nathalie, heel efficiënt en hulpvaardig. Jeroen, een starter die alleen maar procedures bovenhaalt.
‘t Is niet hun schuld, wel die van hun op winst beluste bazen. Wat ik nodig heb, is iemand die mij objectieve informatie geeft in de jungle van energiefacturen, contracten, voorschotten en afrekeningen. Waar blijft die beloofde federale ombudsman?
Ik zal volhouden tot het bittere einde. Ik zal blijven telefoneren, mailen, faxen, ik ga desnoods persoonlijk naar het hoofdkantoor van zijn leverancier. Maar wat moeten mijn kansarme buren dan, die geen uren naar het 078-nummer van de klantendienst kunnen bellen? Wat moet mijn oma, die niet zo goed is met paperassen, wanneer de energieleverancier met haar voeten speelt?