Hoewel het een contradictio in terminis is, heeft iedereen onhebbelijkheden. U peutert in uw neus achter het stuur? U kauwt op een tandenstoker tot het houtje papperig wordt en er een splinter in uw lip blijft steken? U vist het haar niet uit het afvoerputje of u likt uw bord uit na een smakelijke maaltijd? Betrapt!
O wee degene die ooit met mij in hetzelfde huis moet wonen. Want ik heb namelijk onhebbelijkheden met hopen. Arme Held?
Ik durf wel eens het laatste beetje smeerbare kruidenkaas uit dat ronde potje schrapen met mijn wijsvinger. Helemaal onfatsoenlijk. Maar zo lekker! En ik durf wel eens een vingernagel afbijten, wanneer die al half gescheurd is en over aan blijft haken.
En verder wil ik dat alle opladers in huis uit de stekker worden getrokken wanneer ze niets aan het opladen zijn. Weg energieverspilling! Nog zo’n neurotisch trekje: mijn goede snijmessen moeten metéén afgewassen en afgedroogd worden. Anders krijgen ze vieze vlekken op het houten lemmet. Ik wil absoluut niet dat er twee verschillende keukenhanddoeken omhooghangen: twee dezelfde motiefjes graag. En mijn bad- en WC-matje, die moeten exact goed liggen. Tot op de millimeter. Verschuif ze en de donderwolken naderen met een windsnelheid van 220 kilometer per uur.
Om maar te zeggen: ik denk niet dat ik met mezelf zou kunnen samenleven. Hopelijk zijn er anderen die dat wél zien zitten.
Mijn mama zei altijd: Eigenkennis is begin van de wijsheid. Ik wil eraan toevoegen, wordt niet te perfect want dan moet uwen held dat ook zijn.