Paradijs

In de tuin van onze buurman stond een pracht van een boom. Een japanse kerselaar, met miljoenen roze blaadjes die in de lente als dromerige sneeuw naar beneden dwarrelden. Die roze sneeuw was elk jaar opnieuw, zonder dat iemand het wist, mijn meest geliefkoosde speelgoed.

Het spel begon wanneer ik de zware poort van Buurman hoorde dichtslaan. Buurman weg, tuin voor mij alleen! Dan kroop ik met mijn kleuterbeentjes vlotjes over de muur. Om aan de andere kant te landen in het paradijs. Poef, twee voeten op een zacht tapijt van bloesemblaadjes. Even links kijken, even rechts. Was de tuin leeg?

Dan kon de pret beginnen. Rollebollen in het roze, onbezonnen buitelen in de zee van bloemblaadjes. Ik ging op mijn rug liggen, helemaal bedekt met blaadjes, en veranderde in een prinses met roze jurk. Ik droomde gelukzalig weg in de stipjes helblauwe hemel tussen de takken van de Boom. En ik sprong recht, gooide de bloesem als zachte confetti de lucht in, en giechelde luidop zoals alleen een meisje van vijf dat kan. Momenten om te koesteren.

Buurman is dood, nu. Ikzelf ben jaren geleden al verhuisd. Maar onlangs passeerde ik toevallig mijn vroegere thuis. De Boom was weg. Omgehakt. Geen meisjes van vijf meer om te dartelen onder zijn kruin.

Vorige week zag ik mannen in pak op tv, op een boot. Ze voeren over de Schelde en keken naar een bos. “Dáár komt de aansluiting op de Ring”, wees er één. “Dat wordt een prachtig zicht, die constructie!” “Aha, is dat nog allemaal ongebruikt gebied?”, vroeg een ander. Met lichtjes in de begerige ogen, dromend van de tonnen cement en baksteen die hij zou laten aanvoeren. “Ja,” antwoordde een derde, “dat is daar maar natuurgebied hé.” Weg met de bomen, leve de brug. Denkt u nu echt, heren van die liberale partij, dat meisjes van vijf blij zullen buitelen en dansen onder uw betonnen bomen?

Reageer