Ik woon in een buurt waar welgestelde mensen het liefst van al wegblijven. Vanochtend nog moest ik om een hoop vuilnis heen lopen die op mijn stoep was uitgekieperd. Even verderop steek ik de straat over omdat kraakpand nummer één een ondraaglijke geur verspreidt. En ter hoogte van kraakpand nummer twee balanceer ik op de rand van de stoep omdat ik precies weet op welke plek de dakgoot lekt.
Op het pleintje achter de hoek hangen dag en nacht dakloze mensen rond, soms zingend en lachend, soms drinkend van goedkope bierblikjes en iedereen de huid vol scheldend. En van de pakweg 150 mensen die in mijn straatje wonen, durf ik te gokken dat er 100 zijn die het buitengewoon moeilijk hebben om elke maand rond te komen. De oude mevrouw die alleen woont met haar gehandicapte zoon, het gezin in dat kleine appartement, de buurman die om 6u vertrekt om te gaan werken en nooit thuiskomt vóór middernacht.
Ik kan mezelf echt niet toestaan om etensresten of overschotten in de vuilniszak te kieperen, wetend dat veel van mijn buren -met of zonder dak boven hun hoofd- dikwijls honger moeten lijden. Hopla, weg ermee? Nee. De muesli die ik niet lekker bleek te vinden en het halve pak sla dat ik niet opkreeg, belanden in een plastic doosje of zak op mijn vensterbank. En geloof het of niet, maar binnen het halfuur zijn de restjes op mysterieuze wijze verdwenen.
Voor de actie van de Europese boeren, die 25 miljoen liter melk weggieten over hun velden en in rivieren, kan ik dan ook geen greintje begrip opbrengen. Een schaamteloze, oneervolle, scandaleuze actie die getuigt van héél weinig inlevingsvermogen. Hebben die boeren dan zelf nooit honger of dorst gekend? Ze hebben het moeilijk, hun bedrijven zitten in nesten, daar moeten oplossingen voor gezocht worden. Maar geen enkel probleem, hoe prangend ook, rechtvaardigt de gigantische verspilling van voedsel.
Volgende keer, beste boeren, nodig ik u uit in mijn wijk. En dan mag u uw melk komen uitgieten in kannen en flessen. Die ik met veel plezier op mijn vensterbank zal plaatsen.