Vrijdagochtend. Pikdonker buiten. Wekkers produceren een symfonie van doordringend gebiep en wektonen. Ik ben nog niet helemaal bij bewustzijn, voel mij een versgebakken worstenbroodje. Ingepakt in weldadig warme fleece- en donsdekens. De nachtmerries jengelen nog hardnekkig om een vervolg, vechten tegen het plichtsbesef dat er moet worden opgestaan. Vrijdagochtend, strijd leverend met uitlopers van kwade dromen en tegelijkertijd kampend met een chronische weerwil om mijn slaap te onderbreken.
De beelden blijven een hele dag onder mijn huid rondwaren. Het huis waar ik opgegroeid ben. Held die op de tweede verdieping zelfmoord pleegt met een pistool, terwijl ik op de eerste verdieping zit en om onverklaarbare reden de trap niet op kan. Een misdaad en nog een moord in huis. Veel mensen lopen rond, doen niets. De ramen staan open. Volk op straat. En ik word wakker van angst.
Wil Held wakkerbellen, midden in de nacht. Wil een stem om mijn bonzende hart te kalmeren. Wil wegkruipen in beschermende warmte. Maar ik dommel zomaar weer in.
Een catwalk waar ik noodgedwongen op moet, in de spotlights, met een riem die plots twee keer rond mijn middel kan. Iedereen lacht. En ik word wakker van de wekker.
Toch maar opstaan. Met een beklemmend ochtendhumeur dat de hele dag zal blijven duren.
17 oktober, 2009 at 10:32 pm |
gat het inmiddels weer een beetje
heftige dromen heb jij