Principes in de praktijk

28 februari 2010

Ik voer dikwijls het hoogste woord, met mijn typisch Antwerpse (zij het lichte) arrogantie als excuus. Principes zijn mijn hoogste goed en ik pas ze 24 op 24 én consequent toe! Dat zou je toch denken als je mij hoort praten. Maar kritiek geven is makkelijk natuurlijk. Eerst even in eigen boezem kijken. Die principes dus. Als je me er over aanspreekt, zal ik het logisch vinden dat je je fouten toegeeft en goedmaakt. En het spreekt voor zich dat je de 100 belt wanneer je vlammen ziet. Of niet?

Mijn belevenissen van dit weekend bewijzen dat het allemaal zo simpel niet is. Een zwart-wit oordeel helpt niet bepaald bij het zoeken naar een goede beslissing!

Incident 1. Vorige week reed ik de buurvrouw en haar nauwelijks zichtbare hondje bijna van hun sokken. Buurvrouw reageerde nogal snibbig en ik was op mijn tenen getrapt. Maar en fait had ze wel gelijk: in volle vaart over het voetpad sjezen met mijn fiets, dat blijkt niet echt wettelijk toegelaten. Dus slikte ik gisteren mijn arrogantie in: ik kocht een klein maar lieflijk bloemetje voor Buurvrouw en belde aan bij nummer 20. Klaar om mijn trots en eigen gelijk aan de kant te zetten, excuses aan te bieden en mij berouwvol aan haar voeten te werpen.

Het mocht niet baten. Buurvrouw deed niet open. Even zou ik nog gedacht kunnen hebben dat ze niet thuis was, maar het kanten gordijn achter haar raam viel net iets te snel terug in de plooi. Zo’n schrik voor onbekenden? Of wil ze mijn smoel gezicht niet meer zien na dat incident?

Incident twee dat leidde tot een dilemma tussen de keuze voor burgerzin of die voor gemakzuchtig negeren. Ik stap om halfacht de deur uit met een volledige uitrusting om nog snel boodschappen te gaan doen (herbruikbare winkeltas en boodschappenlijstje in de aanslag). Het eerste dat ik zie, in het huis aan het einde van de straat: vlammen achter de ramen van het gelijkvloers. Ik moet er sowieso langs en probeer binnen te kijken. Geen avance, want ondoorzichtige folie voor het raam. Een buurtbewoner kijkt toe en vraagt me of er brand is. Hoe weet ik dat nu?

Het gebeurt wel vaker dat daklozen in onze wijk vol krotten en kraakpanden ‘s winters een gezellig vuurtje stoken. De vlammen in het huis in kwestie kunnen evengoed een haardvuur zijn, toch? OK, een vrij groot haardvuur dan wel. Met mooie oranje vlammen. En het huis is net gerenoveerd, niet bepaald wat je nog een kraakpand kan noemen. Op de eerste verdieping brandt licht. Ik bel aan, geen reactie. Ik spreek een passant aan en vraag wat hij ervan vindt. De man is groter dan ik, maar ziet even weinig als ik. Ondertussen houdt een passerende trambestuurder halt om toe te kijken. Great help!

Ik draai wat besluiteloos rond. Wat kan ik nog meer doen? Wandel uiteindelijk verder richting supermarkt, want die is dicht binnen een kwartiertje. En mijn koelkast is bedreigend leeg. Maar ik bel toch de 100. Je weet maar nooit.

En het bloemetje? Dat heb ik op de vensterbank van buurvrouw achtergelaten. Zou ze het vinden vóór een ander het meepakt? Je weet maar nooit.


Weekendmenu

21 februari 2010

Zaterdagmiddag

Een uitgebreid koud buffet: zalm en heilbot, tomate-crevette, pasta met mayonaise en erwtjes, kippenboutjes, asperges in witloof, prinsessenboontjes. En achteraf: yoghurtroom. Het dessert waarvoor ik een moord zou plegen. En het dessert dat ik vervolgens zou kiezen voor mijn allerlaatste maaltijd moest ik voor die moord op death row belanden.

Het tafelgezelschap: mijn innemende en oneindig lieve moemoe, de door God geliefde tante naar wie ik vernoemd ben, mijn papa op zijn paasbest en mijn Held. En al had die laatste het nogal moeilijk om dat platte Kempische accent te begrijpen, het was een gezellige maaltijd.

Zondagavond

Choconootjes en aperitief van Oxfam. Hapjes van wraps met zalm, dille en kaas. Rolletjes van courgette met pindakaas en couscous als voorgerecht. Een fairtrade slaatje van quinoa en citrusvruchten, met kip erbij. En chocoladepudding als dessert (perfect, op het licht aangebrande smaakje na; gelukkig was er chocolade hagelslag om dat te camoufleren).

Een etentje voor bijna-grootste zus en mijn officieuze schoonbroer. Omdat zij een hele week kookte voor drie in plaats van voor twee, en omdat hij een hele week op de sofa sliep (en ik in zijn bed) toen ik moest herstellen na een onverwachte operatie. Engelen moet je verwennen met een hemelse maaltijd -of toch met een poging tot.

Zaterdagavond

Thee voor twee. Rooibos en gember. Op het salontafeltje: verslavende pistachenootjes, die hij van mama cadeau kreeg. Mijn hand glijdt steeds stiekem naar zijn kommetje om nootjes te stelen. Zijn nootjes. Hij ziet het, maar zegt niets. Glimlacht en denkt dat ik het niet zie. Een stiekeme goedkeuring van mijn hongerige diefstal.

Zondagochtend

Brood. Hij smeert, een combinatie van beleg die me alle eetlust ontneemt. Als ‘ie het zelf maar lekker vindt, en als ik het maar niet moet binnenkrijgen. Hij mikt een plagerige blik in mijn richting. “Ik zal het het je wel leren eten, wacht maar!” Nooit van mijn leven. Hij mag me werkelijk alles vragen… Maar dat nooit. Ieder z”n eigen boke!

Zondagavond, laat

Het was een smakelijk weekend. Ik duw mijn neus in het T-shirt dat hij vergat. Mijn Lekker Beest.


Vraagstaart

18 februari 2010

Wat een geweldige job heb ik toch. Betaald worden om vragen te stellen. Lijkt geen moeite. Want sinds ik zo rond mijn vierde constant vragen begon af te vuren op de wereld (tot wanhoop van mijn vader, die me afwisselend plagend en zuchtend ‘vraagstaartje’ noemde), ben ik daar nooit meer echt mee gestopt. Ik denk, ik schrijf en eindig elke regel met een vraagteken.

En wat meer is: ik ben nooit degene die passende antwoorden moet verzinnen…


B*tch

16 februari 2010

Ik reed bijna het hondje van de buurvrouw omver. Het beest ziet er sowieso al uit alsof het onder een platwals heeft gelegen en nadien maar wat bijeengeschraapt werd, maar dat terzijde. Ik had het ding aan de leiband natuurlijk niet gezien -blaffende beesten omverrijden is niet bepaald mijn hobby, al gaat dat niet lang meer duren- en excuseer me uitgebreid bij de buurvrouw. Dat ik het niet gezien had. Dat het zo snel en plots uit het deurgat schoot. Of alles ok was met het dier in kwestie. En nog eens excuseer.

Buurvrouw -ja, zijzelf, niet de hond- blaft. Dat ik hier niet moest rijden.

Goed, ik mag niet met mijn fiets op het voetpad rijden. Toch doe ik het dikwijls, en ik weet wel dat ik daarmee elke keer een verkeersovertreding bega. Maar er is in mijn straat geen plaats voor fietsers in die ene richting. Ik zou natuurlijk kunnen afstappen, maar dat zou me elke dag 30 seconden meer kosten om thuis te raken. Ga maar eens na wat ik met al die tijd kan doen op jaarbasis!

Goed, buurvrouw heeft dus eigenlijk gelijk. Maar ik ben wél een van de weinigen in onze straat die altijd mooi de stoep veegt wanneer het gesneeuwd heeft. Ik zeg altijd ne goeiendag, of ik knik vriendelijk. Ik doe niet mee aan sluikstorten (een prestatie in mijn buurt!). Ik zet braaf vuilzak en kerstboom buiten op de juiste dag en geen halve week voordien. Ik doe mijn best om een voorbeeldige buur te zijn! En ik word écht niet graag afgesnauwd, tere ziel die ik ben.

Ik twijfel nog even. Probeer me te beheersen. Maar mijn asociale, Antwerpse inborst haalt de bovenhand. “Zeg, ik heb mij toch verontschuldigd he! Alstublieft, mens!”, snauw ik terug. Met een zéér boze blik erbij. Moest dat mens haar mormel maar kort aan de leiband houden, zodat hij niet voor mijn fietswiel had kunnen springen. En dan nog, het dier ligt toch niet zwaargewond te zieltogen op het voetpad? Wat is dan uw probleem?

Ik gooi mijn eigen voordeur open, sukkel met mijn rijwiel de gang binnen en roep gefrustreerd en luidkeels “B*TCH!!!”, nog vlak voor de deur dichtvalt. Zodat ze het zeker hoort. En ik draai de deur ostentatief dubbel in het slot.

Maar eigenlijk. Als ik echt eerlijk ben… dan ben ik de bitch in kwestie. Zou ik het goedmaken met een kleine attentie voor Buurvrouw en haar Mormel?


Vakantie in zicht

13 februari 2010

Het gaat niet anders kunnen dan tegenvallen. Want ik droom er nu al zo van weg, van die paradijselijke stranden, van die stralende zon die energie geeft en mij vrolijk maakt, van die week op een ver eiland met alleen mijn Held in de buurt, van dat Spaanse geratel rondom dat mij het gevoel geeft weer thuis te zijn.

Ik kijk er zo naar uit. Spanje! Uitrusten! Onbekende oorden! Een hele week met mijn schat van een Held! Het kan dus niet anders dan tegenvallen, gezien de hoge verwachtingen. Het zal gegarandeerd plenzen en stortregenen, die zeven dagen. De stranden zullen verlaten zijn, de palmbomen huilend en troosteloos, onze verblijfplaats te krap, onze vlucht vertraagd en onze koffers te zwaar.

Maar gelukkig, God zij dank, zal Held er steeds zijn. En met hem aan mijn zij, geloof het of niet, wil ik zelfs naar de Noordpool als het moet.


Het verschil

10 februari 2010

Op het nieuws gaat het dan over statuten en onderhandelingen en toegevingen en ultimatums en violen gelijkstemmen en concurrentie en arbeidsvoorwaarden. Maar eigenlijk gaat het altijd over ons.

Over de twee weken ziekteverlof die hij krijgt om na zijn operatie wat te herstellen, terwijl dat er bij mij vier zijn. Op mijn vakantiefiche staan 21 verlofdagen (en dan nog eens 30 arbeidsduurverkortingsdagen, “compensatie voor teveel werken” zeg maar). Op zijn fiche tel ik er veel minder, hoewel hij al drie jaar langer aan de slag is dan ik. Probeer zo maar eens een gezamenlijk weekje vakantie bijeen te puzzelen. Tegen het einde van de week is hij doodop van al dat fysieke werk als arbeider, terwijl mijn vermoeidheid alleen maar in het hoofd zit. Hij arbeider, ik bediende. Dáár gaat het over in het nieuws.

Hij heeft een collega eens voorgesteld om een groot personeelsfeest te houden, vertelde hij me onlangs. Met álle collega’s van het gebouw, arbeiders én bedienden. Ze zien elkaar elke dag, knikken elkaar soms toe en doen bij gelegenheid eens een mooiweervandaagpraatje. ‘t Is een sociale kerel, mijn Held, en hij zou die anderen ook wel eens willen leren kennen. “Maar ze willen de muren niet slopen, daarboven”, concludeerde hij op het eind van zijn verhaal. “Ze willen niet.”

Dat ze er maar eens snel werk van maken. Eén evenwaardig statuut voor arbeiders en bedienden. ‘t Is niet omdat ik aan een computer werk en geregeld eens hard moet nadenken, dat ik meer waard ben dan mijn Held. ‘t Is niet omdat hij noodgedwongen met zijn handen moet werken -wat hij overigens uitstekend doet, dixit zijn chef-, dat hij als een tweederangswerknemer behandeld mag worden.

Dat ze er maar eens snel werk van maken. Kunnen we eindelijk samen op vakantie.


Tussenin

7 februari 2010

Een dagje gekneld. Tussen de heerlijke herinneringen die ge me gisteren onophoudelijk als cadeautjes gaf, en het geruststellende vooruitzicht u morgen alweer te mogen zien. Vandaag doet er niet toe. Mijn hoofd zwemt de hele dag in de gelukzalige gedachten aan uw danspassen, blikken en glimlachjes van gisteravond, aan uw woorden en gestolen zoenen en aan de muziek uit landen waar de zon eeuwig schijnt. Vandaag is een dag tussen gisteren en morgen, en voor één keer vind ik het niet erg dat ge niet hier zijt. Vandaag doet er niet toe, want vandaag is een tussenin tussen twee porties Held.


Voortijdige lentekriebels

3 februari 2010

Ik zoek een project van formaat. Het lijkt wel alsof de ondernemingszin die meestal gepaard gaat met het begin van de lente dit jaar een paar maanden te vroeg komt.

Een verhuis? In Antwerpen, naar Brussel, naar Spanje of Honolulu?

Een grote reis? Naar Chili, Mali, Tanzania, Guadeloupe? Of naar mijn geliefde España? Te voet, met de trein, en avion? Alleen, met fototoestel en schriftjes?

Een nieuwe job? Bejaardenhelpster, poetsvrouw, jeugdwerker, hotelreceptionist?

De IKEA leegkopen en mijn interieur omgooien? Meedoen aan de Lotto -en natuurlijk meteen de grote pot winnen?

Een enkele vlucht naar Tenerife boeken? Mijn Held wakkerbellen en voor de rest der tijden salsa dansen op een strand bij de ondergaande zon?

Er zijn maar enkele bezwaren tegen al die zoete zinnebeelden. À la geen tijd-geen geld-niet genoeg vakantiedagen-geen vervoer-geen slaagkansen-absoluut geen slaagkansen-weinig realistisch-sociaal onaanvaardbaar-gebrek aan (poets- én receptionisten)talent-gebrek aan vetgespijsde bankrekening. Maar dat zijn aardse en luttele, overkomelijke bezwaren, niet?


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.