Twee dagen in Cádiz verbleven en morgen nog één dag om er in rond te dwalen.Wie zich nu afvraagt waar Cádiz precies ligt of wat er te zien valt: geen paniek, daar had ik tot enkele maanden geleden ook geen flauw benul van.
Cádiz, de stad die vroeger door de Romeinen Gades genoemd werd, ligt op een smalle landtong die met een 7 km lange snelweg met het Spaanse vasteland verbonden is. En die “smal” mag je heel letterlijk nemen: sta je aan de ene kant van de stad, met uitzicht over de Baai van Cádiz en in de verte het kustdorpje Puerto de Santa María, dan moet je amper vijf minuutjes naar de andere kant lopen om dat uitzicht te verruilen voor eentje op de uitgestrekte Atlantische Oceaan.
Dat voelt minder claustrofobisch aan dan het klinkt. De stad heeft een goeie 150.00 inwoners en er is plek genoeg voor iedereen. Op de vele magnifieke stranden, of in de tientallen gezellige winkelstraatjes, op de horde scooters die je overal ziet rondsnorren. Cádiz heeft véél troeven als vakantiestad: zon, cultuur, lekker eten, relaxte sfeer, rijke gsechiedenis.
En toch, wanneer ik mijn foto’s van de voorbije dagen upload, valt het niet te ontkennen dat de zee het meest indruk heeft gemaakt. Op het merendeel van mijn beelden van Cádiz is blauw te zien, water, oceaan, golven die tegen de rotsen beuken, langgerekte stranden.
Ik ben heerlijk gaan uitwaaien op de dijk gisteren, toen het wat minder goed weer was, waarbij het oorverdovende geluid van de golven een merkwaardig rustgevend effect bleek te hebben. Ik heb met mijn vakantieboek op het strand gezeten vanmiddag, lekker uit de wind, af en toe opkijkend om een blik te werpen op de oceaan en de oogverblindende schitteringen van de zon op het wateroppervlak. Ik heb de prachtige kleurschakeringen gezien van de zonsondergang, boven de Baai van Cádiz, onmogelijk te vatten in woorden of op beeld.

De zee, de Oceaan in Cádiz: onvergetelijk. Benieuwd wat dat wordt in Tarifa, mijn volgende stop: waar de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee elkaar ontmoeten.
