Thuis.
Waar geen andere jongeren liggen te ronken in je slaapkamer. Waar een stapel kerstkaartjes wacht om geopend te worden. Waar een computer met azerty-klavier mij van dienst is. Waar ik zo lang in de douche sta als ik wil -sorry, klimaat- zonder dat het warme water op raakt. Waar ik zelf in de potten met héél veel groentjes kan roeren.
België.
Waar ze zacht brood hebben bij de bakker. Waar de bediening in mijn favoriete café mij serveert met een glimlach en een beleefd grapje. Waar de koffie niet zo sterk is dat hij je hartkwalen bezorgt. Waar de koude lucht in je huid prikt en de lucht zo mooi, winters lichtblauw is. Waar ze talen spreken die ik perfect begrijp. Waar je op restaurant vegetarische gerechten vindt. Waar obers het vreemd vinden als je hen bij het binnenkomen luidkeels groet.
Familie. Vrienden.
Die je stevig vastpakken en zeggen dat ze je gemist hebben. Die je al zo lang kennen dat je veel dingen helemaal niet meer hoeft uit te leggen. Die oprecht blij zijn met de late kerstcadeautjes en souvenirs. Die smullen van je foto’s en avontuurlijke verhalen, en je voorzien van de laatste nieuwtjes en weetjes op het thuisfront.
Thuis.