“Hebt u iets van gebak met kaas of vlees?” Het leek mij een vrij eenvoudige vraag aan de bakker. Drie klanten lang had ik getwijfeld: zou ik het durven? Ik had vastgesteld dat zij het allemaal anders deden, maar ik raapte al mijn moed bij elkaar en deed het toch op mijn manier.
De man keek me aan met een vriendelijke, schaapachtige glimlach. Alsof ik net een wonderlijke toverspreuk had uitgesproken en hij op het effect wachtte. Mijn magie bleek ongewild te werken, want de bakker bleef me enkele seconden lang verbluft aanstaren. “Vlees”, herhaalde ik. “Of kaas”. En toen spreidde hij zijn handen, haalde hij zijn schouders op en knikte hij van nee. Met een beduusde glimlach erbij. Een duidelijke “Nee mevrouw, ik begrijp u niet”. Dat kon ik zo wel zien. En bovendien lag het gebak met kaas nogal zichtbaar onderaan in de bakkerstoog te blinken.
Ik zwichtte voor de stress van de langzaam aangroeiende rij wachtenden achter me. En probeerde het dan maar in het Frans. Want zelfs met eenvoudige woorden als gebak, vlees en kaas kon de Brusselse bakker blijkbaar geen babbel beginnen. Ik wilde hem nochtans de kans gunnen om -wie weet- zijn moeizaam ingestudeerde Nederlandse woordenschat te oefenen met mij. “Frommaasj”, bracht ik stuntelig uit. En ik puntte mijn wijsvinger in de richting van het bewuste kaasobject. “Pain”. De man ontwaakte uit zijn betovering, griste een papieren zakje van de toonbank en schoof er twee kaasbroodjes in.
Op vakantie in Frankrijk had ik dit ongetwijfeld een charmant winkeluitje gevonden. Ik had gelachen om mijn eigen stuntelige gebrek aan kennis van patisseriefrans. Maar in mijn tweetalige hoofdstad beende ik boos naar buiten. Zelfs geen “dank u” of “tot ziens”? Ik ben hier toch niet op vakantie? Thuis wil ik begrepen worden in de taal die ik thuis spreek!
Eén kaasbroodje en twee straten verder vertraag ik mijn pas. En vraag ik me af waar ik me nu zo druk om maak. Ik spreek toch Frans, wat is dan het probleem? De bakker heeft mij toch begrepen, al is het met gebarentaal? Ik heb gekregen wat ik vroeg, met een gratis glimlach erbij. Wat zit ik me dan op te winden? Of de bakker zijn broodjes nu in het Frans, Chinees, Kamtsjatka of Lingala bakt: kaasbroodjes zijn in alle talen van de wereld even lekker.