Probeer het maar eens: twee serieuze interviews uitschrijven terwijl iedereen je bureau binnenvalt, de telefoons om de haverklap rinkelen -zeker als de secretaresse met koffiepauze is- en de mails met correcties, suggesties voor artikels en platte spam blijven binnenrollen. Met dat irritante Outlook-geluidje er telkens weer bij.
Reden genoeg om een voormiddagje “thuis” te werken. Lees: in een gezellige koffiebar, genesteld in een comfortabel zeteltje, laptop op de schoot en straffe koffie bij de hand. Verbazingwekkend hoe snel die artikels dan ineens vlotten.
En als het dán nog niet echt gaat -die verdoemde writer’s block!-, dan weet Yevgueni raad. Met “Pannenkoeken” op de achtergrond, in oneindige repeat-modus, werkte ik deze week moeiteloos artikels over de Goede Bijstand-gemeenschap in Brussel en over opleiding op de werkvloer af. En nog een column uit de losse pols geschud ook. Dank, Yevgueni. Eén liedje en hup, in overdrive!
Een tijd geleden -moet nu toch ook al ongeveer 3 jaar zijn, als ik me niet vergis- mocht ik Yevgueni-gitarist Maarten Van Mieghem interviewen voor het Weekblad. Telefonisch. Wat heb ik dáár een hekel aan. Mensen de pieren uit hun neus vragen en hen niet eens recht in de ogen kunnen kijken! Bovendien moest ik de man dan ook nog ‘s avonds opbellen, buiten werktijd, terwijl ik lekker gezellig -en pril verliefd- bij Held in de sofa zat.
Maar het viel reuze mee. Maarten bleek een neig sympathieke gast. Aan de telefoon toch. Kan ook niet anders (opgepast, jeugdbewegingschauvinisme op komst!) met een Chiro-verleden. De gitarist vertelde over het jeugdbewegingsverleden van de groep, over hun engagement als vrijwilliger. En dat sympathieke, dat jongensachtige, dat zit nog altijd een beetje in hun muziek. “Het meisje is gebleven, ze is een vrouw geworden, toevallig die van mij”. Ik smelt. En ik werk.