Weg met het taboe

7 juni, 2009

Weg met het pseudo-taboe, ik uit hier ongegeneerd mijn politieke mening: ik wil duizenden lieve woordjes fluisteren in de oren van al die mensen die vandaag niet meer voor het Vlaams Blok/Belang hebben gestemd! Dank u, dank u wel!

(en nu mijn politieke mening geen taboe meer is, komt u in een later stadium ongetwijfeld wel het bedrag op mijn loonbriefje en mijn duistere familie- en bedgeheimen te weten ;-) )


In the rain

17 april, 2009

Een taalkwestie. Ben ik vandaag buitengewoon lui, of eerder buitengewoon relaxed? Is mijn hoofdactiviteit vandaag niksen, of ben ik gezellig aan het cocoonen? 

Feit is dat de middag ondertussen al gepasseerd is en dat ik nog steeds in mijn pyjama in de sofa zit. Ik kan er ook niets aan doen dat het een regenachtige dag is, natuurlijk. Zo’n dag die vraagt om je pyjama lang aan te houden, om lang te ontbijten en om te kijken naar het niets op de televisie. Belspel, Tel-sell, tekenfilms. Laptop op de schoot, waar hij taalkundig gezien thuishoort. Sportieve trui met kap om de schouders, want te lui om de verwarming aan te zetten.

Vtm laat het afweten en zendt geen oude namiddagfilm uit stiller jaren uit. Maar een regenachtige middag vráágt gewoon om film in zwart-wit. Met gentlemen van een uitgestorven soort, in driedelig kostuum en met elegante herenmanieren. Met ouderwetse dialogen van sterren die al lang vergeten zijn. Met analoog getapete muziek van fagot en strijkers, dramatiek eerste klasse.

Films waar Gene Kelly en Jude Garland de show stelen. Hun kapsels, respectievelijk met veel gel naar achter gestreken zwart haar en een opgestoken krullenbol, lijken als twee druppels water op die van mijn moemoe en vava op hun trouwfoto. 

De nood aan ouderwetse romantiek is groot, en ik vraag aan YouTube om Gene Kelly tevoorschijn te toveren. Ik zie hem een jongeman spelen, die dolverliefd door de regen danst. In een volgend filmpje verklaart hij zijn liefde aan een jonge vrouw, en die is gelukkig wederzijds. “Jo, what hit us?” – “Oh, what hit me a long time ago…?” Een andere Gene Kelly danst op kranten en krakende planken, zijn voeten zijn niet bij te houden. 

This has been a most unusual day…
Love has made me see things in a different way…

Niets mooier op een regenachtige namiddag dan een portie “singin’ in the rain”!  

 

Voor de fans en de nieuwsgierigen: 

Singin’ in the rain (1952)

For me and my gal (1942)
 

Summer Stock (1950)


Everybody happy!

8 maart, 2009

Ik doop het voorbije weekend bij deze officieel om tot Weekend van de Koopjes Zonder Schuldgevoelens. Een nieuwe handtas hangt te prijken aan mijn kapstok en ik heb het gezellig warm in mijn nieuwe streepjestrui. Maar mijn portefeuille heeft op geen enkel moment gekweeld als een varken dat naar de slachtbank gesleept wordt, wat ‘ie normaal gezien wél doet wanneer ik toegeef aan mijn koopjeslust.

Nee, ondanks de moeilijke crisistijden ten huize Lieve, en ondanks de jobkorting aka verkiezingsstunt die onlangs op mijn bankrekening prijkte en die alweer volledig versluisd is naar de bankrekening van mijn energieleverancier, ondanks dat alles gaf mijn portefeuille gezapig en zonder protest mee. 

img_2065Veel reden tot klagen had ‘ie gewoon ook niet. Ik heb hem dit weekend wat gespaard, the poor little thing. Maar op mijn tanden bijten zou ik er nu ook niet voor over hebben. Op naar de Kringwinkel! Ze hadden daar namelijk een fijne actie bedacht zaterdag: “Koop de Dag van Toen”. En hoewel ik er eigenlijk was voor een reportage, kon ik die prachtige retro handtas echt-niet-laten-liggen! 

En vanmiddag -zonnetje op mijn koppie, zusje aan mijn zij- kuierde ik door de Kloosterstraat om te blijven plakken aan de rekken van een tweedehandswinkeltje. Zus paste een topje dat haar beeldig stond, ik probeerde een hoofddeksel dat bij nader inzien eerder in een verkleedkoffer paste.
img_2058Maar valt mijn oog bij het bijna-buitengaan toch wel op een enorm leuke streepjestrui zeker! Zo eentje waar je op het eerste zicht verliefd op bent. Zo eentje die je naar zich toezuigt en je lief smeekt: “pas mij, toe, pas mij nu, ik ben voor jou gemaakt…” Streepjestrui bleek er niet om te liegen. En het prijskaartje met de belachelijk lage prijs trok mij al helemaal over de streep. 

Ja!, riep mijn portefeuille. Kopen! Nu! En niet volgende week een vijf keer duurdere trui in de Nieuwstraat of op de Meir! 

 

Daarom, speciaal op deze zondagavond: speciale lieve woordjes voor de Kringwinkel. En voor de tweedehandswinkels overal in deze fantastische stad. Want: ik gelukkig. Mijn portefeuille gelukkig. Het milieu gelukkig, omdat die spullen nu evengoed op het stort hadden kunnen liggen. Mijn chauffage gelukkig, want dankzij Streepjestrui kan die nu een graadje lager. En zo kan ik het geld van die jobkorting bij mijn volgende energieafrekening misschien toch nog iet of wat recupereren…


Onbetwist optimist

26 januari, 2009

Het zijn harde tijden voor de optimisten onder ons. Onbegrijpelijke kindermoorden hier, geen schadevergoedingen voor slachtoffers zonder papieren daar, politieke spelletjes in het Noorden en oorlog en corruptie in het Zuiden.

Maar ik ben nu eenmaal de meest onverbeterlijke optimist. Tot aan de grens van het irritante toe, vrees ik. Maar ik zie nu eenmaal mooie dingen om me heen, en ik blijf er graag bij stilstaan om van te genieten. Om te laten doordringen, zodat ik weet dat in (bijna) elke mens wel een stukje schoonheid schuilt.

Vanmiddag interviewde ik een man, Rudy. Rudy werkt als rekkenvuller in een supermarkt. En Rudy is daar enorm trots op. Tien jaar geleden zat Rudy namelijk in een rolstoel na een zwaar verkeersongeval. Hij kon niet meer lopen, niet zelfstandig eten, brabbelde er maar wat op los. Kan tot op vandaag moeilijk dingen onthouden. En nu werkt Rudy als rekkenvuller in een supermarkt. Rudy heeft reden om daar trots op te zijn. Want zonder zijn immense wilskracht en levenslust, zonder de helpende hand van zijn collega’s ook, was hij nooit aan die rekken geraakt. Dan zat hij nu te verkommeren in een rolstoel.

Deze namiddag ontmoette ik Anna, een vrouw van eind in de vijftig, schat ik. Grijzend haar, maar blakend van energie en levenslust. Misschien kwam het wel doordat ze probeerde de wereld een beetje beter te maken, op haar manier. Ze was in contact gekomen met een jongeman zonder papieren en had ontdekt dat hij al maanden in het krot van een huisjesmelker woonde. Zonder verwarming. Zonder warm water om zich te wassen. Zonder elektriciteit om het donker te verjagen. Anna greep haar gsm, deed een paar telefoontjes, stuurde een aantal mails naar kennissen. Volgende week heeft die jongeman hoogstwaarschijnlijk een nieuwe thuis, droog, warm en veilig. En Anna? Die heeft er zelf niets aan gehad. Enkel de wetenschap dat ze iemand heel erg gelukkig heeft kunnen maken.

Daarom, met het risico dat ik u doe denken aan uw prekende pastoor in de zondagmis of aan de koning in zijn kerstboodschap, zeg ik: JA, er bestaan nog goeie mensen. JA, de wereld is mooi. En NEE, onze maatschappij is niet naar de vaantjes. Want je kan ze zelf mee maken. Zoals Rudy. Zoals Anna. Was iedereen maar een beetje meer onbetwist optimist.


Wolkjes

8 januari, 2009

Perron 11, Brussel-Noord. De laatste trein heeft vertraging. Bittere koude vreet aan mijn tenen, vingers, oren. Ik adem wolkjes. Maar toch denk ik er niet aan de vrieskou te verdrijven met de hete thee uit mijn thermos. Een enkele slok zou immers zijn laatste zoen van mijn lippen spoelen, zonder mededogen voor de melancholie.

Laat mij maar bevriezen. Dat luttele uurtje met Held, aan een simpel tafeltje in een ongezellige fastfoodtent, heeft me moeiteloos doen smelten vanbinnen. Mijn bloed klopt warm, ik leef en alles bougeert. In de koude sneeuwlaag op mijn rug heeft zijn warme hand een gloeiende afdruk achtergelaten.

Het vriest -10. Maar mijn hart is weer ontdooid. Zuiderse temperaturen heersen in mijn hoofd en daar kan geen koning Winter tegenop. 


Patatjes

9 december, 2008

Een Nieuwjaar zonder zoen
is als patatjes zonder zout.

Zoiets moest ik ooit in schoonschrift in een Nieuwjaarsbrief pennen. Het betekende toen niet alleen een nachtmerrie vol inkt, gekrabbel en overnieuw beginnen. Het was ook het exacte moment waarop ik besefte dat wij thuis patatjes zonder zout aten en dat dat niet normaal was. Volgens mijn Nieuwjaarsbrief.

Zoveel jaren later zijn mijn ogen toch ook opengegaan voor de symbolische waarden van dat zinnetje dat in mijn geheugen is blijven steken. De bescheiden levenservaring die ik al mocht opdoen, heeft me de betekenis van het woordje “zonder” geleerd. Op kot, zonder mama of papa. Studeren in Spanje, zonder beste vriendin om uren mee aan de telefoon of in de keuken thuis te hangen. Werkloos, zonder zekerheid of toekomstplan. Nu bijna een jaar met mijn lieve Held, waardoor het leven plots is opgedeeld in scherpe “momenten zonder” en “momenten met”.

De moeilijkste Zonder? Zonder hém. Zonder Held word ik werkelijk waanzinnig wan wiefde. Om de muren van op te kruipen, de wereld van bij elkaar te gillen, voorwerpen naar hoofden van toevallige passanten van te beginnen gooien of om zielig van weg te krimpen in de zetel onder een deken.

En dan die andere Zonder-kwelling. Ik heb een fulltime job heb als journalist. Ik krabbel al hersenspinsels neer in schriftjes, verloren worddocumentjes, agenda’s en bierkaartjes zolang ik me kan herinneren. En ik heb zelden gebrek aan stof om over te schrijven, zeker niet met een specialleke als mijn Held. Toch kruipt die ambetante Zonder ongevraagd mijn oren en vingers binnnen: de Zonder woorden. Iets dat ervoor zorgt dat ik geen woorden kan vinden die beschrijven hoe graag ik hem wel zie. Iets dat maakt dat ik de vorige zin plakkerig en melig vind, en tegelijkertijd flauw en nietszeggend. Iets dat me influistert dat geen enkel woord mooi genoeg is voor Held.

Zonder woorden, verslagen door de beperking van de taal. Ik leg me er maar bij neer. Zolang ik met Nieuwjaar maar een zoen krijg. Die patatjes, met of zonder zout, dat hoeft niet echt.


Instant verslaafd

26 november, 2008

Het lege appartement van mijn zus, met -nog even- maagdelijk witte muren. Een verhuistafeltje in het midden van de toekomstige eetkamer. En op die tafel kopjes met geurige oploskoffie, één van de weinige dingen die al uit de verhuisdozen opgevist werden. Het is zondagmiddag. Ik bestudeer het onophoudelijke gedwarrel van de sneeuw van achter het grote raam. En de heerlijke koffie kietelt mijn tong. Een nieuwe verslaving is geboren, en ze heet -opgepast, product placement!- Cap Colombie. 

capcolombie

Tijdens de maandagse middagpauze hinkel ik naar het supermarktje tegenover mijn werk. Door regen, wind en smeltende sneeuw. Mijn jas vergeten, mijn snelheid beperkt door een onwillige knie. Natgeregend en helemaal verwaaid beland ik na het supermarktbezoek weer op de redactie. Mijn trofee: een bokaal oploskoffie. Niet dat dat goude goedje ons hier kwaadwillig ontzegd wordt, maar na meer dan een jaar exact dezelfde koffie drinken ben ik toch eens aan iets anders toe.

Mijn collega blijkbaar ook. Ik liet haar maandag proeven van mijn nieuwe ontdekking. En vanmorgen, toen ik me na een dagje afwezigheid weer aan mijn klavier zette, ontging het mij niet. Die bokaal oploskoffie stond net dat tikkeltje anders dan maandagavond. No hard feelings, collega mag dat. Ik begrijp meer dan wie ook de verleidingen van een onweerstaanbare kop zwart. Instant koffie, instant verslaafd. 

We sloten een officiële deal: als de bokaal leeg is, koopt zij een nieuwe. Het resultaat: de komende weken ben ik dus zonder meer een gelukkig mens. Want goeie koffie om je dag mee te beginnen (en door te komen, en in schoonheid af te sluiten): die doet het hem. Dank u, Nescafé. 



Mijn novemberlijk paradijs

10 november, 2008

Die geur van ongeschonden papier. Die hoge zalen met hun kale, grijze muren. Dat verrukkelijke zicht van opgetaste stapels verhalen, zo ver het oog reikt. In de vroege uurtjes: de stilte, de eerste voorzichtige voetstappen. Maar al snel is de rust voorbij, om plaats te maken voor het geroezemoes van duizenden stemmen. Ze hebben het zonder twijfel over boeken. Want op de Boekenbeurs is dat meestal toch gespreksonderwerp nummer één.

Boekenbeurs. Hoogtepunt van het jaar. Lichtpuntje wanneer elke dag donkerder wordt, de lucht kouder en de winter onafwendbaar dichterbij komt. Het water loopt me in de mond wanneer ik nog maar denk aan dat walhalla van woorden, die rêverie van romans. Rondlopen op de Boekenbeurs is als dwalen door een fata morgana van fantasie. Op tocht tussen de boekenbergen en de literaire stromen, je hoofd verliezen in die zeeën van woorden en zinnen.

En toch raad ik iedereen aan: blijf weg van de Boekenbeurs. En wel morgen, 11 november. Want als iedereen dat doet, krijg ik hopelijk minder elleboogstompen in mijn maag gesplitst en wordt het voor mij véél aangenamer boekenstruinen! ;-)


Ochtendlijke survivaltrip

17 oktober, 2008

De tijden van ochtendlijk donker zijn weer begonnen. En het gaat er na volgend weekend niet veel beter op worden. Mijn ogen plakken nog dicht als sputterend protest tegen dat onkatholieke uur waarop ik uit bed strompel. En de woonkamer is een waar hindernissenparcours, met de buitendeur als eindbestemming. 

Het parcours begint aan de gordijnen tussen keuken en woonkamer. Als extra moeilijkheid on the road is er de ballast van iPod, GSM, zakdoekjes en twee rozijnenboterhammen die in mijn handtas of in mijn mond moeten belanden. En die bevindt zich óók aan de andere kant van de woonkamer. 

De lichtknop van de woonkamer staat natuurlijk aan de foute kant. Dus moet ik mijn ochtendlijke parcours, zo’n vier meter lang schat ik, afleggen in het duisterste duister denkbaar. Op sloffen. 

Met mijn armen vol prul-dat-absoluut-mee-moet-naar-het-werk worstel ik eerst met de gordijnen. Tot mijn ellebogen het gat in het midden vinden en ik mij daar door kan wurmen. Dan: voetje voor voetje voortschuifelen. Eerst oppassen voor mijn mobiele chauffageke rechts. Geen sinecure, aangezien ik dat om één of andere wispelturige reden elke avond wel verzet. Tegelijkertijd proberen om het lage ladenkastje links te ontwijken. En de hoek van mijn zetel. Want die laatste heeft mij al verschillende keren een blauwe teen bezorgd en ik kan u zeggen dat dat geen deugd doet. 

Wanneer ik smooth en safe het chauffageke, het kastje en de zetel voorbij ben, kan ik weer opgelucht ademhalen. Denk ik. Het einde is in zicht, ik ben al een meter of drie gevorderd. De schuifdeur bijna binnen handbereik. Ik breek mijn brein al over de vraag hoe ik die met alle rommel in mijn handen open ga krijgen. Maar ik vergeet de mogelijkheid dat zijn pantoffels nog rondslingeren op het eind van mijn parcours. Nu ja, zijn pantoffels. Mijn pantoffels. Eerder slefkes, eigenlijk. Oranje. Die hij altijd aandoet wanneer hij bij mij logeert. Zoals vorig weekend. 

Ik vergeet de pantoffels dus. En ik struikel er over. Boenk, bijna met mijn neus tegen de schuifdeur. Bijna onderuit, met de zetel als strategisch geplaatste zachte redding. Maar: bijna, niet helemaal! Ik maak wel een vreemd huppelpasje wanneer ik over de pantoffels struikel (gelukkig is het donker en kan ik mezelf niet eens zien klungelen), maar ik val niet. Maar in het duister schittert slechts één ding: mijn stralend brede glimlach. Omdat ik over zíjn pantoffels elke dag wel wil struikelen.


Van huppeltjes en druppeltjes

18 augustus, 2008

Om grijze regenhumeurtjes op te fleuren: herinner je je deze lieve woorden van Toon Hermans?

“Heb je ‘t al gelezen van de regen
De regen heeft de eerste prijs gekregen
Omdat ‘ie zo mooi zingen kan
En dat is niet gering

Van je zingezangezon, van je zinge-zongezang,
Van je zing-zang-zong-zingzing

Die druppeltjes, die huppeltjes,
Ze vallen in de regenton
En weet je wat zo mooi is, weet je wat zo mooi is?
In elke druppel zit een beetje zon!

In elke druppel zit een beetje zon…”