Het verschil

10 februari 2010

Op het nieuws gaat het dan over statuten en onderhandelingen en toegevingen en ultimatums en violen gelijkstemmen en concurrentie en arbeidsvoorwaarden. Maar eigenlijk gaat het altijd over ons.

Over de twee weken ziekteverlof die hij krijgt om na zijn operatie wat te herstellen, terwijl dat er bij mij vier zijn. Op mijn vakantiefiche staan 21 verlofdagen (en dan nog eens 30 arbeidsduurverkortingsdagen, “compensatie voor teveel werken” zeg maar). Op zijn fiche tel ik er veel minder, hoewel hij al drie jaar langer aan de slag is dan ik. Probeer zo maar eens een gezamenlijk weekje vakantie bijeen te puzzelen. Tegen het einde van de week is hij doodop van al dat fysieke werk als arbeider, terwijl mijn vermoeidheid alleen maar in het hoofd zit. Hij arbeider, ik bediende. Dáár gaat het over in het nieuws.

Hij heeft een collega eens voorgesteld om een groot personeelsfeest te houden, vertelde hij me onlangs. Met álle collega’s van het gebouw, arbeiders én bedienden. Ze zien elkaar elke dag, knikken elkaar soms toe en doen bij gelegenheid eens een mooiweervandaagpraatje. ‘t Is een sociale kerel, mijn Held, en hij zou die anderen ook wel eens willen leren kennen. “Maar ze willen de muren niet slopen, daarboven”, concludeerde hij op het eind van zijn verhaal. “Ze willen niet.”

Dat ze er maar eens snel werk van maken. Eén evenwaardig statuut voor arbeiders en bedienden. ‘t Is niet omdat ik aan een computer werk en geregeld eens hard moet nadenken, dat ik meer waard ben dan mijn Held. ‘t Is niet omdat hij noodgedwongen met zijn handen moet werken -wat hij overigens uitstekend doet, dixit zijn chef-, dat hij als een tweederangswerknemer behandeld mag worden.

Dat ze er maar eens snel werk van maken. Kunnen we eindelijk samen op vakantie.


In wetten gegoten

27 november 2009

Ik kan er niet bij met mijn verstand. Dronken chauffeurs die toch nog achter het stuur kruipen. Sleutel in het contact, het gaspedaal indrukken, moet nog lukken in die toestand. Snel reageren of op tijd remmen, dat gaat niet meer. Een paar jonge fietsers worden van de kant van de weg geplukt. Een kind loopt de straat op. Veel levens voor altijd verwoest. Voor mij is het simpel: ik kies, tussen drinken en rijden.

Ik kan er niet bij. Met enkele jaren vertraging heb ik binnenkort eindelijk mijn rijbewijs op zak. Als het wetsvoorstel goedgekeurd wordt, mag ik voortaan geen glaasje wijn meer drinken wanneer ik terug naar huis rijd na een etentje.

Ik kan er niet bij. In de krant lees ik over die vreemde hype onder jongeren, “comazuipen”. Gezellig samenkomen met vrienden, iedereen neemt een fles sterke drank mee. En dan maar om het stoerst doen, om het meest drinken. Tot je bijna -of in veel gevallen zelfs écht- in het ziekenhuis belandt.

Ik kan er niet bij. Als ik een auto wil kopen met mijn bijeengeschraapte spaarcentjes, moet ik als jongere een torenhoge verzekeringspremie betalen.

Ik kan er niet bij. Op feestjes, fuiven en in discotheken staan de jongeren aan het begin van de avond stil langs de kant. Ondanks de muziek die al speelt. Pratend, gebarend, drinkend. Tot een paar glazen alcohol de gemoederen los hebben gemaakt en de feestgangers een dansje durven placeren. Bij een aantal jongeren, maar gelukkig niet bij allemaal, leeft de overtuiging dat amusement en drank onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Ik kan er niet bij. Als milieubewuste twintiger zou ik graag autodelen via het Cambiosysteem, maar ik mag niet. In de lijst met voorwaarden voor inschrijving lees ik: “minimum twee jaar beschikken over rijbewijs B”.

Moeten politici mij nu echt op voorhand straffen voor dingen die ik niet gedaan heb? Moet gezond verstand dan echt opgelegd worden door wetten van bovenaf?


Koffiekoekendag

18 oktober 2009

Een lange rij bij de bakker. Veel volk op straat, te voet. Veelbetekenende blikken gaan van passant tot passant, want we weten allemaal waar het over gaat.

Een papa loopt vóór mij. Dochter aan de linkerhand, papiertje in de rechter. Aan de overkant van het zebrapad een oude man met looprek, die zich met koppige verbetenheid tot op onze bestemming duwt. De jonge vrouwen met hoofddoek haasten zich naar binnen, weg van de bijtende zondagochtendkou.

‘t Is weer verkiezingsdag. Eén dag allemaal gelijke rechten en één gelijke bezigheid. Eén dag koffiekoeken op elke tafel.


Paradijs

11 juni 2009

In de tuin van onze buurman stond een pracht van een boom. Een japanse kerselaar, met miljoenen roze blaadjes die in de lente als dromerige sneeuw naar beneden dwarrelden. Die roze sneeuw was elk jaar opnieuw, zonder dat iemand het wist, mijn meest geliefkoosde speelgoed.

Het spel begon wanneer ik de zware poort van Buurman hoorde dichtslaan. Buurman weg, tuin voor mij alleen! Dan kroop ik met mijn kleuterbeentjes vlotjes over de muur. Om aan de andere kant te landen in het paradijs. Poef, twee voeten op een zacht tapijt van bloesemblaadjes. Even links kijken, even rechts. Was de tuin leeg?

Dan kon de pret beginnen. Rollebollen in het roze, onbezonnen buitelen in de zee van bloemblaadjes. Ik ging op mijn rug liggen, helemaal bedekt met blaadjes, en veranderde in een prinses met roze jurk. Ik droomde gelukzalig weg in de stipjes helblauwe hemel tussen de takken van de Boom. En ik sprong recht, gooide de bloesem als zachte confetti de lucht in, en giechelde luidop zoals alleen een meisje van vijf dat kan. Momenten om te koesteren.

Buurman is dood, nu. Ikzelf ben jaren geleden al verhuisd. Maar onlangs passeerde ik toevallig mijn vroegere thuis. De Boom was weg. Omgehakt. Geen meisjes van vijf meer om te dartelen onder zijn kruin.

Vorige week zag ik mannen in pak op tv, op een boot. Ze voeren over de Schelde en keken naar een bos. “Dáár komt de aansluiting op de Ring”, wees er één. “Dat wordt een prachtig zicht, die constructie!” “Aha, is dat nog allemaal ongebruikt gebied?”, vroeg een ander. Met lichtjes in de begerige ogen, dromend van de tonnen cement en baksteen die hij zou laten aanvoeren. “Ja,” antwoordde een derde, “dat is daar maar natuurgebied hé.” Weg met de bomen, leve de brug. Denkt u nu echt, heren van die liberale partij, dat meisjes van vijf blij zullen buitelen en dansen onder uw betonnen bomen?


Weg met het taboe

7 juni 2009

Weg met het pseudo-taboe, ik uit hier ongegeneerd mijn politieke mening: ik wil duizenden lieve woordjes fluisteren in de oren van al die mensen die vandaag niet meer voor het Vlaams Blok/Belang hebben gestemd! Dank u, dank u wel!

(en nu mijn politieke mening geen taboe meer is, komt u in een later stadium ongetwijfeld wel het bedrag op mijn loonbriefje en mijn duistere familie- en bedgeheimen te weten ;-) )


Pantomime

1 april 2009

Ze waren zo blij, die twee mama’s. Ik zag ze op tv. Van levenloze liggende lichamen waren ze veranderd in energieke, wellustige vrouwen. Geen doffe blik meer, maar hoop en toekomstplannen in hun ogen. Want een minister had hen die ochtend beloofd dat ze voorlopig geen schrik meer moeten hebben om met kinderen en al gedeporteerd te worden. Hun oogappels zouden nog even met de neus tussen de schoolboeken mogen blijven zitten. Onder een hele rist strenge voorwaarden, zo zei de minister er wel bij. 

Mijn gedachten dwalen af naar Azar, een Iraanse vrouw uit Antwerpen. Of meer een Antwerpse vrouw uit Iran. Negen jaar in België, twee kinderen die zich niets van hun geboorteland herinneren. Mag niet werken, krijgt wel een belastingbrief. Zou zij mogen blijven van mevrouw de minister? Zal de angst haar eindelijk loslaten? 

Ik denk aan Mamadou, gevlucht voor burgeroorlog en dictatuur. Vijf jaar geleden, geen papieren. Spreekt intussen vlot beide landstalen en werkt zich kapot om te kunnen overleven. Wel geïntegreerd, wel werk. Geen kinderen, geen papieren. 

Maar goed, de mama’s waren blij en dat deed deugd. De minister was zo mogelijk nog blijer, omdat ze met deze onverwachte beslissing een hoop stemmen hoopt binnen te halen bij de verkiezingen in juni. En dat was ongetwijfeld ook de enige bedoeling. De zware mantel met kritiek van zich afgooien, zich ontdoen van het imago van harteloze tante. Na meer dan een jaar van non-beleid en nietsdoen kan ze nu toch zeggen dat ze íets gedaan heeft. 

Ik ben dat beu, dames en heren politici. Dat u denkt dat mijn stem te koop is voor een schijnregularisatietje, een jobkortinkje of een langewappertje. Zo snel even erdoor gejaagd, om de schijn van regeren op te houden. Een maatregeltje om mee te kunnen uitpakken bij de kiezers. Een gebarenspel onder begeleiding van muziek en dans, pantomime van de beste soort. Maar jammer genoeg geen fictie. 


Millieuterrorist

10 februari 2009

Ik noem mezelf een milieuterrorist. Ik sorteer maniakaal nauwkeurig: het papiertje van mijn theezakje gaat de papierdoos in, het zakje zelf in het groente-fruit-en-tuinafval. Ik zet tijdens de middagpauze mijn computerscherm uit, switch de radio off en doe het licht uit. Ik krijg het niet over mijn hart kleine drankjes in brikverpakking te kopen en kies voor de grote glazen flessen ernaast. Ik print documenten dubbelzijdig af en gebruik kladpapier om mijn telefoonkribbels en notities op achter te laten. Ik weiger overbodige apparaten in mijn keuken omdat die toch alleen maar teveel elektriciteit verbruiken: een microgolf, een keukenrobot, een dubbele mixer of een waterkoker. Ik heb vijf jaar lang pertinent geweigerd mijn rijbewijs te halen, in de overtuiging dat ik er met trein-tram-bus ook wel zou raken, zónder de ozonlaag naar de vaantjes te helpen. Ik poets mijn tanden met een bekertje water in plaats van het kraantjeswater te laten lopen. 

Ik ben vrij extremistisch milieutaristisch op sommige momenten, dat geef ik toe. Maar ik ga nooit iemand verplichten om die kleine gewoonten over te nemen. Mijn bemoeienissen beperken zich tot af en toe een afkeurende blik. Voor de rest houd ik me in. 

Maar dit! Dit moet je gezien hebben. Iets van Nic Balthazar. Het vraagt je slechts 5 minuten en 54 seconden van je tijd. Het is bovendien ook leuk, aantrekkelijk en catchy. Het wordt begeleid door krachtige muziek van Hooverphonic. Een filmpje. Dat iederéén moet zien. En liefst iedereen in actie zou moeten doen schieten, vooral de politici die de mogelijkheid hebben om dingen te veranderen. Act now!


Een kerstvakantie en een jaartje later

4 januari 2009

boom-charleroi-5

Een kerstvakantie en een jaartje later.

De smaak van Spaanse chocolate hangt nog in mijn mond. Ik heb nog rode wangen van alle feestelijke zoenen de voorbije dagen. In mijn oren zijn hartverwarmende en onheilspellende nieuwsberichten blijven hangen: een onrustwekkende staatsgreep in het Land van Held, in eigen land eerst een Regering die Valt en dan een Regering die Weer Opstaat. Jezus deed het op Paasdag, Van Rompuy kan het met Kerst.

Wat een vakantie vol verhalen. Dat van een oudere man die ik graag zie, maar me razend maakte omdat hij met Driekoningen de deur niet zal opendoen voor zingende kinderen met een Arabische look. Of het verhaal van een Brits koppel, zwarte man en blanke vrouw, dat voor de tweede keer een tweekleurige tweeling kreeg. Ik zag in Madrid een man wegspurten uit de metro, alsof zijn leven ervan afhing. De puffende politieagent die hem achtervolgde maakte geen schijn van kans.

Verder heb ik op korte tijd weer heel wat bijgeleerd. Verse vissoep en jenever zijn geen combinatie die mijn maag op prijs stelt, zo blijkt. En van drum’n base word ik kwaad en agressief, was de les met Oudjaarsnacht. Die was overigens de slechtste in jaren, maar zorgde ter compensatie wel voor spectaculaire verhalen aan de feesttafel. Of kan u ook vertellen dat u op een feestje was zonder muziek die naam waardig en waar tientallen jassen kwijtraakten en rellen uitbraken?

Er zijn ook weer warme herinneringen om te koesteren en nieuwe dagen om naar uit te kijken. Alledaagse werkjes en projecten zijn plots op een of andere manier overgoten met dat sausje van “nieuwe uitdagingen”, eigen aan de eerste dagen van het jaar. Een boeiend jaar, dat wordt het wel. Een nieuw jaar, nieuwe reden tot hopen. En bovenal hoop ik dat ik véél meer vakantiedagen krijg dan in 2008! Om nog meer mooie herinneringen in mijn schatkist op te kunnen bergen.


Kunst in de Kamer

12 december 2008

Politiek is een saaie aangelegenheid. Een défilé mannen in pak met veel nietszeggende woorden. Een ver-boven-mijn-hoofd-show met acteurs die niet aan mij denken. Dat is zowat mijn conclusie wanneer ik zie hoe het gros van mijn vrienden, familie en kennissen denkt over the noble art of politics.

Nochtans is het niet zo moeilijk aan te tonen dat politiek wel degelijk een bijzonder boeiende kunstvorm is. Gisteren mocht ik weer smullen en mijn buikje vullen met een prachtig stukje politieke actualiteit dat in het journaal aan bod kwam. Puur schouwspel, met theatrale vertolkingen van het allerhoogste niveau! Dat onze als politicus vermomde ex-judocoach daar een krak in is, weten we al langer. Maar ook Servais Verherstraeten van CD&V haalde alle emotionele registers uit de kast.

Kijkt u even mee en geniet van het retorische spektakel:
(wel even geduld oefenen, de climax komt traditioneel gezien pas tegen het einde van het item aan)

Voor een goed en overtuigend stukje theater moet je echt geen programmabrochures van culturele centra zitten uitpluizen of afstemmen op de laatste nieuwe Vlaamse dramaserie. Zet gewoon het journaal op en geniet. En voor de rabiate cultuurfans is er nog altijd Villa Politica op woensdagmiddag: live uitgezonden parlementaire debatten. Tijdloze weerspiegelingen over de essentie van het leven zelve, over maatschappelijke waarden en persoonlijke conflicten, in de mooist mogelijke bewoordingen.

Wie zei er dat politiek een saaie aangelegenheid was?


2114

7 november 2008

Ik zat weggedoken in mijn sofa, onder een warm dekentje en met veel te kleine oogjes. Het was bijna 6u ’s morgens. Op dat tijdstip zit ik doorgaans niet voor het televisiescherm, maar voor een historische gebeurtenis als de voorbije presidentsverkiezingen in de VS maakte ik graag een uitzondering. Iemand had me een paar minuten eerder wakkergebeld met de blijde boodschap. “Hij heeft gewonnen!”

Dus zat ik samen met ongetwijfeld miljoenen anderen te wachten tot Barack Obama op het podium stapte voor zijn overwinningsspeech. Ik geeuwde langgerekt. Iets na zessen was het zover. Mijn ogen traanden en kippenvel liep over mijn armen en rug. Van moeheid. Of waren het toch de hoopvolle woorden van die toekomstige president die mij iets deden?

Naast de God bless America’s en de Yes we can’s bleef me vooral 1 verhaal bij: dat van Ann Nixon Cooper. Een kranige Amerikaanse dame van 106 jaar. Ondanks die gezegende leeftijd bracht ze toch haar stem uit.

Ik probeer me voor te stellen hoe blij mevrouw Cooper is dat ze dit moment nog mag meemaken. Het moment dat een zwarte man tot president verkozen wordt. Want zij groeide op in een tijd dat de slavernij nog maar net was afgeschaft. Zij mocht een héél lange tijd niet stemmen. Eerst omdat ze niet de juiste huidskleur had, later omdat ze een vrouw was. Zij moest op een andere bus, naar een ander openbaar toilet en naar andere restaurants en cafés dan haar blanke medeburgers. Zij zag hoe een zwarte predikant die droomde van gelijkheid koelbloedig werd neergeschoten.

En ondertussen veranderde de wereld razendsnel. Van paardenkar via auto naar jumbojet. Van klerken en brieven via opgetutte typistes naar mailberichten, met één klik de wereld rond. Twee wereldoorlogen, beurscrash en oliecrisis, een seksuele revolutie: mevrouw Cooper zag het allemaal passeren. Wat een hemelsbreed verschil moet dat zijn, tussen de wereld van haar jeugd en de wereld van vandaag.

De ellende is de wereld nog lang niet uit. Ik zie nog elke dag trieste voorbeelden van racisme, van uitbuiting en armoede, van profitariaat en onverschilligheid. Maar als we de komende 100 jaar even hard ons best doen om onrecht de wereld uit te helpen als de voorbije eeuw… Wie weet in wat voor -hopelijk betere- wereld we dan binnen 106 jaar leven?

annnixoncooper


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.