Alsof het nog maar pas begon

7 september, 2009

Ik mis de wind die om mijn oren slaat en de zon die ongenadig mijn gezicht inkleurt. Met rood, jammer genoeg. Ik mis de optredentjes op elke straathoek, opgefleurd met exotische kraampjes voor de hongerigen, dorstigen en shopaholics. Ik mis de vrienden en familie die altijd tijd hebben en altijd thuis zijn, op eender welk moment paraat voor een koffietas of terras of allebei. Ik mis het buitenleven en de gesprekken met nieuwe vrienden, zittend aan een kampvuur en onder een sterrendeken. Weer een warme en overvloedige zomer is plots voorbij. Alsof het nog maar pas begon. Zo snel, zo intens.

Ik mis de collega’s met hun enthousiasme, intelligente discussies en sublieme humor. Ik mis de boeiende interviews en leerrijke gesprekken, en zelfs het harde labeur van het schrijven. De koffie uit de automaat op de gang (hoewel ik die na enkele dagen alweer beu ga zijn, weet ik uit ondervinding). Ik mis de voldoening en de zinvolheid van het werken, in vergelijking met de luilekkere loomheid en ledigheid der vakantie. Weer een nieuw jaar vol uitdagingen wacht op mij op het werk. Ik begin eraan met volle goesting, alsof ik nog maar pas aan de slag ben.

Ik mis die twee sterke armen die mij zo goed weten vast te pakken. De gesprekken zónder telefoon, zonder woorden; de blikken die alles zeggen. Ik mis de geruststelling van zijn aanwezigheid, de wonderbaarlijke kalmte die zich van mij meester maakt wanneer hij in de buurt is. Ik mis die lieve lach die mij doet glunderen en gniffelen van plezier. Weer een nieuwe vastenmaand stelt mijn geduld en uithoudingsvermogen op de proef.

Maar de mooie momenten zijn niet met de zomer verdwenen. Want Held na een hele maand weer terugzien, dat is alsof het allemaal nog maar pas begon, met vlinders à volonté.


Chauvinisme zonder gène

27 juli, 2009

Antwerpen: de schoonste stad van de wereld om je vakantie in door te brengen. Zonder zwans!

Net 9 dagen vakantie achter de rug. Goedgevuld, maar zonder het gevoel dat ik van hier naar daar moest hollen. Alle leuke dingen in ‘t stad liggen namelijk op nauwelijks een kwartiertje fietsen (maximum!), van de Zomerbar over het Duveltjesstrand tot Park Spoor Noord. Mijn Stad is een perfecte plek voor impulsievelingen zoals ik.

Magnifiek circusvertoon van La Piste Là.

Ik heb verrukt gekeken naar openluchttheater op een verlaten industrieterrein. Ik ben tot op mijn ondergoed natgeregend door een plotse onweersbui en ben lekker opgewarmd door een kop hete muntthee in de Zomerbar. Ik heb Kuifje gelezen aan de voet van een stevige eeuwling in het Middelheimpark, zonnebadend tussen de beelden. Ik heb Vietnamezen zien springen en stunten met stokken in het licht van de schemering. Ik heb een reus met krullen en een frêle fee zien strijden, met salto’s en kunstjes, om de macht over elkaar. Hij draafde driest door de circustent, zij zweefde en vloog tot in de nok.

LieveKussengevecht

Foto van John Moussiaux. In de hoop dat die het mij niet kwalijk neemt dat ik een foto van hem ongevraagd publiceer op mijn weblog... ;-)

Ik heb ontbeten op een terrasje in de middagzon, met de kersverse krant van die dag voor mijn neus. Ik heb me geweerd als een duiveltje in een wijwatervat tijdens een kussengevecht met 999 andere mensen. In het mooiste station van het land, dat we dankzij de kussens in geen mum van tijd omtoverden tot gevederd sneeuwlandschap.

Ik heb me naast de buitendeur gezet om te genieten van het geplens op mijn binnenkoer. Heerlijk rustgevend, die zomerregen. Ik ben gaan afkoelen in het zwembad achter de hoek, waar nog geen tien man en al zeker geen paardenkop rondzwom. Ik ben de ligstoelen in Park Spoor Noord gaan uittesten met een vers sapje in de hand, exotisch muziekje op de achtergrond, 650 bladzijden tellend boek in de andere hand.

Ik ben naar de bib geweest. Heb er een boek ontleend met knappe wandelroutes in gans ons landje. Maar ik denk dat ik deze zomer toch maar in ‘t Stad blijf!


Rehab voor workaholics

30 juni, 2009

Geen dag te vroeg kwam ze, die vakantie. Voor mij liggen vier dagen verplichte onthaastingskuur. Nu ja, op dit moment, dinsdagavond, dus nog drie.

Dat het verdorie moeilijk is. Ik verplicht mijn lijf om uit te slapen, maar mijn hoofd wordt klokvast klaarwakker om 9 uur ’s ochtends. Ik dwing mijn lichaam tot rust in de hangmat in het park-achter-de-hoek en het geniet, het geniet! Maar mijn geest blijft dwangmatig plannen en to-dolijstjes maken. Ik moet nog dit en ik moet nog dat en ik zou daar nog moeten kunnen passeren morgen en die taak is al maandenlang blijven liggen en die vriendin heb ik al zo lang niet meer gezien en…

Ik weet dat het weer een paar dagen gaat duren vooraleer mijn hoofd ook met vakantie is. De kunst is zo snel mogelijk te stoppen met alles efficiënt te willen plannen. Om mijn kopje leeg te maken en te verhinderen dat er meteen nieuwe dingen in worden gestopt. Agenda hardnekkig leeg houden, ondanks honderd-en-één leuke ideeën en voorstellen van vrienden en familie.

Pas dan dringt het echte vakantiegevoel helemaal door. Dus sorry, dear friends en family en zelfs Held, maar deze week is voor mij. Lekker voor mij alleen. He-le-maal voor Lieve. Want een workaholic als ik heeft soms een persoonlijke afkickkuur nodig. En die bestaat deze week uit veel nietsdoen, veel lezen, veel zonnen in het park en veel shopppen.

Wie zin heeft om mij bij deze bezigheden te vergezellen, mag mij daarentegen altijd onverwacht contacteren. Altijd welkom, als ik het maar niet in mijn agenda moet zetten.


Chocoladetherapie

16 mei, 2009

Ik ging alleen maar een nieuwe donsdekenovertrek kopen vandaag, meer niet. En ah ja, naast die winkel was een spotgoedkope schoenenwinkel, dus ook daar moest ik natuurlijk even binnenspringen. Een paar fantastische schoenen, niet te geloven! Ik zet mij op het schoenpasstoeltje, ik pas. Ik zet een stapje dichter bij de spiegel om die prachtexemplaren te bekijken. Ik kijk om. En ik zie mijn handtas niet meer staan. 

Twee blikken rondom volstaan om te zien dat dat niet de fout is van mijn eigen slordigheid. Ik spurt de winkel uit (op de onbetaalde schoenen). Blijf op straat staan, luid vloekend en roepend. Wie de dief ook was, hij of zij is meteen in de winkelende massa verdwenen. Weg portefeuille met amper 20 euro. Weg gsm, met die allereerste foto van Held en mij. Weg treinabonnement en identiteitskaart. Weg iPod. Weg is mijn bankkaart en weg is de zijne. 

Na twee uren met hysterische huilbuien, apathisch winkelpersoneel en onverschillige Antwerpse politieagenten kom ik weer tot bedaren. Niet zo erg, uiteindelijk. Zus, die vlakbij woont, heeft een reservesleutel van mijn thuis. Zus, de schat, schiet me wat geld voor. De buren laten me Card Stop bellen. Er wacht me een boel administratieve rompslomp, maar er zijn erger dingen in ‘t leven. 

Het enige wat ze mij niet terug kunnen geven, is het vertrouwen in andere mensen. ‘t Zat niet in mijn handtas, maar ze hebben het meteen mee gepikt. U bent gewaarschuwd, onbekende man of vrouw in de straat. Ik vertrouw u niet meer, nooit en voor geen haar. 

Op dit moment is er maar één ding dat mij die nare onbekende dief kan doen vergeten: een grote pot Ben & Jerry’s. New York Super Fudge Chunk. Met véél chocolade. Geen betere therapie denkbaar.


Everybody happy!

8 maart, 2009

Ik doop het voorbije weekend bij deze officieel om tot Weekend van de Koopjes Zonder Schuldgevoelens. Een nieuwe handtas hangt te prijken aan mijn kapstok en ik heb het gezellig warm in mijn nieuwe streepjestrui. Maar mijn portefeuille heeft op geen enkel moment gekweeld als een varken dat naar de slachtbank gesleept wordt, wat ‘ie normaal gezien wél doet wanneer ik toegeef aan mijn koopjeslust.

Nee, ondanks de moeilijke crisistijden ten huize Lieve, en ondanks de jobkorting aka verkiezingsstunt die onlangs op mijn bankrekening prijkte en die alweer volledig versluisd is naar de bankrekening van mijn energieleverancier, ondanks dat alles gaf mijn portefeuille gezapig en zonder protest mee. 

img_2065Veel reden tot klagen had ‘ie gewoon ook niet. Ik heb hem dit weekend wat gespaard, the poor little thing. Maar op mijn tanden bijten zou ik er nu ook niet voor over hebben. Op naar de Kringwinkel! Ze hadden daar namelijk een fijne actie bedacht zaterdag: “Koop de Dag van Toen”. En hoewel ik er eigenlijk was voor een reportage, kon ik die prachtige retro handtas echt-niet-laten-liggen! 

En vanmiddag -zonnetje op mijn koppie, zusje aan mijn zij- kuierde ik door de Kloosterstraat om te blijven plakken aan de rekken van een tweedehandswinkeltje. Zus paste een topje dat haar beeldig stond, ik probeerde een hoofddeksel dat bij nader inzien eerder in een verkleedkoffer paste.
img_2058Maar valt mijn oog bij het bijna-buitengaan toch wel op een enorm leuke streepjestrui zeker! Zo eentje waar je op het eerste zicht verliefd op bent. Zo eentje die je naar zich toezuigt en je lief smeekt: “pas mij, toe, pas mij nu, ik ben voor jou gemaakt…” Streepjestrui bleek er niet om te liegen. En het prijskaartje met de belachelijk lage prijs trok mij al helemaal over de streep. 

Ja!, riep mijn portefeuille. Kopen! Nu! En niet volgende week een vijf keer duurdere trui in de Nieuwstraat of op de Meir! 

 

Daarom, speciaal op deze zondagavond: speciale lieve woordjes voor de Kringwinkel. En voor de tweedehandswinkels overal in deze fantastische stad. Want: ik gelukkig. Mijn portefeuille gelukkig. Het milieu gelukkig, omdat die spullen nu evengoed op het stort hadden kunnen liggen. Mijn chauffage gelukkig, want dankzij Streepjestrui kan die nu een graadje lager. En zo kan ik het geld van die jobkorting bij mijn volgende energieafrekening misschien toch nog iet of wat recupereren…


Mijn zelfontspanner

20 februari, 2009

Alsof mijn intuïtie foto’s maakt van die eerste momenten, zonder dat ik zelf op de ontspanner heb geduwd. Zou iedereen dat hebben? Zo’n oude doos vol momentopnames van eerste ontmoetingen, die later je leven ingrijpend veranderd blijken te hebben?

In mijn wonderlijke verzameldoos zitten ruwe diamanten. Het zijn herinneringen aan mensen en plekken die nadien zouden uitgroeien tot vriendschap en onderdak. Tot fijngeslepen en fonkelende edelstenen: Held, mijn beste vrienden, de plekken op aarde die ik “thuis” heb genoemd. 

De zus van
Het decor van één zo’n tableau vivant dans ma mémoire is een speelplaats op de middelbare school. De spijlen van de reling voor de lage, troebele ramen, het afdak, de grijze vierkante tegels: het beeld blijft na tien jaar nog even scherp. Tegen de reling staat een 14-jarig meisje wat onwennig rond te hangen. Nieuw op school, maar dat wist ik nog niet. Ik loop voorbij en ze roept naar me. “Hé, zus van Nele!” Klik, flits, foto. Ik ken dat meisje van ergens. Ze heeft een tomaatrode jas aan, die ze ook droeg toen we elkaar voor de eerste keer toevallig ontmoetten op een Chirozondag.

speelplaatspix

Bijna tien jaar, tientallen ijsjes in ’t Stad en ontelbare uren geklets verder zijn we nu. De tomaatrode jas werd ondertussen ingewisseld voor een modieuze oranje met pluizige groene sjaal, maar het meisje IN de jas is nog altijd mijn beste vriendin.

Het roze huis
Madrid, september 2005. Ik sta net op eigen Erasmusbenen, nog wat wankel en onwennig. Ik ga naarstig op zoek naar een studentenkamer. Het budget is beperkt, de kamers die ik bezoek aanvaardbaar maar niet ideaal. Ik weeg bij mezelf objectieve argumenten af, pro’s en contra’s, “te klein en verzorgd” versus “groot genoeg maar slecht gelegen”. Niet nodig, zo blijkt na vier dagen. Ik ga nog één kamer bekijken. In de Calle Pamplona. De huisbazin steekt het sleutel in het slot van een glazen deur met dikke tralies ervoor. Ik stap het halletje binnen. Ik heb nog niets gezien van de kamer, van het huis. Maar een tintelend gevoel vertelt mij: dit is het. Hier ga ik vijf maanden wonen. Dit zit goed. Klik, flits, foto.

callepamplonamadrid

En elke keer dat ik terugkeer naar mijn tweede thuisstad, Madrid, keer ik terug naar dat roze geschilderde huis in de Calle Pamplona. Waar we met 12 internationale studenten de gekste Halloween- en andere party’s organiseerden. Waar ik op Nieuwjaarsochtend warme Spaanse chocolade dronk vooraleer in bed te kruipen. Waar ik iedereen ziek maakte met kilo’s chocolade, aangevoerd uit België. Waar mijn kotgenoten en ik midden in een januarinacht  een kerstboom uit het raam van de tweede verdieping gooiden. 

Een Goeiemorgen
En dan Held. Het eerste beeld van hem staat op mijn netvlies gebrand. Ik stap de ruimte binnen waar hij aan het werk is. Laat mijn uitzonderlijk goede humeur van die dag zijn werk doen en groet hem met een stralende ‘Goedemorgen’. Hij reageert met een verbaasde blik en een groet terug aan die spontane onbekende. Klik, flits, foto. Het kortst mogelijke moment, banaal en onbetekenend, maar mijn geheugen heeft ervoor gekozen het te onthouden.

Behoorlijk mysterieus, die eerste momenten. Waarom belandt het ene moment wel in mijn doos met diamantjes, en het andere niet? Slechts één criterium lijkt van toepassing: het zijn de momenten waarop mensen zichzelf toegang verschaffen tot mijn persoonlijke fotoboek, waar ze één van de mooiste en meest prominenten plaatjes zullen worden. Maar hoe mijn geheugen op voorhand weet dat iemand zo belangrijk gaat worden, blijft me een behoorlijk raadsel.


Bevoorrecht

6 oktober, 2008

Wat een pracht van een job heb ik toch! Bij mensen op de koffie gaan, midden in de actie van de dag belanden en daar vervolgens allemaal wat moois over schrijven.

Ik sprong vanmorgen Tom-Naegels-gewijs op mijn fiets voor een interview in een Antwerpse randgemeente. Parkeerde mijn trouwe ijzeren ros een half uur later aan nummer 64 van een rustiek straatje in Deurne-Zuid. Deed vervolgens binnen een sympathieke babbel met een nog sympathiekere madam, in het gezelschap van een kop goddelijke Senseo-koffie. Mocht doen wat ik het allerliefste doe: vragen stellen en veel te curieus zijn!

Fotootje, plichtplegingen ter afscheid en een race naar de volgende place to be: het Harmoniepark in the centre of the town. Alwaar een bescheiden massa roodbevlagde, -bejaste, -besjaalde, -behandschoende vakbondsmilitanten gezellig soep stond te drinken. En tussen al die actieve actievoerders mocht ik de enkele militanten met een groene jas gaan zoeken voor een interview. Dapper het bemodderde grasveld doorkruist -en daarmee mijn gloednieuwe schoenen helemaal besmeurd, fuck!- en een paar groene mannetjes aangeklampt. Wat militante taal doen uitslaan (waar dienen militanten anders voor?). En als je dan plots een foto wil nemen, gaan ze allemaal zo braaf poseren als voor een klasfoto in het eerste leerjaar. Wég woede om die dalende koopkracht, wég rancune om die bedrijfsleiders die winst maken op de kap van de werknemer. Alleen nog brave glimlachjes en het lijf mooi in groepsfotopositie. Je zou niet zeggen dat er in het bedrijf van die mannen honderden jobs op het spel staan wanneer je hen ziet poseren en soep slurpen.

Maar toch. Ondanks het gebrek aan echte actie geniet ik ervan midden in de actie te staan. De mannetjes in het rood zien er net iets strijdvaardiger uit en ik laat mij graag meedrijven op hun bereidheid tot syndicale strijd. Er gebeurt hier iets, iets belangrijks, en ik mag erbij zijn, mag mensen uitvragen en ongegeneerd foto’s trekken. Heerlijk! Mijn neus gaat er van trillen. Of misschien is dat wel van de koude hersftlucht die ongevraagd mijn neusgaten binnendringt.

Dan: vanaf de late middag met mijn laptop kamperen in het Permekecafé achter de hoek en teksten uitschrijven, doorsturen naar de redactie. Dankzij de vakbonden raak ik niet op diezelfde redactie in Brussel, maar moeilijk gaat ook. Moeilijk is dikwijls zelfs plezanter en uitdagender en geeft meer voldoening! Hoewel ik het mezelf comfortabel maak vandaag. Ik werk snel door, doe mijn best om vandaag nog alles door te sturen wat ik kan voor ons Weekblad. Maar het kan geen kwaad als ik mezelf ondertussen trakteer op een cappuccino de hemel waardig en een stukje van de goddelijke chocoladetaart die ze in het Permekecafé hebben. Zo boordevol chocolade dat ik minstens twee keer mag gaan fitnessen ter boetedoening, mind that. Maar God zal het mij vergeven want hij weet dat het de moeite waard is.

Nog 1 interview vanavond. Weer naar Deurne-Zuid. Weer een halfuur met de fiets, en een halfuur terug. Misschien volstaat 1 keer fitness ook wel.


Zondags zuchtje

2 oktober, 2008

Zondagmiddag, het uur waarop het einde van het weekend zich aandient. 
Ik zit op een bank in de Jezusstraat, een uitzonderlijke zon verwarmt mijn gezicht. Stilte heerst in de anders zo drukke winkelstraat vlakbij, sporadisch verstoord door gehakke-tik-tak en gekletter van fietswielen. De stad houdt zich gedeisd, en zo is ze mooi. 

Een onzichtbare violist vult de leegte van de straat met melancholische deuntjes. Want dat is het lot van de viool: hoe vrolijk ook haar muziek, ze behoudt steeds een zweem van melancholiek. Ik gooi de duiven een kaaskorstje toe en jaag ze vervolgens weer weg. De andere korstjes belanden in de vuilbak, recht op het gezicht van Tom Lanoye. Moet ie maar niet op de cover van de Zone/03 poseren. 

Een frisse wind jaagt afval door de straat. Ik hoor het geritsel, kijk nog een laatste keer naar mijn reflectie op de bontjassen in de etalage en laat de zondag voor wat hij geweest is. 

(foto van E. D’hamers)


Zondagochtend op het Coninckplein

21 september, 2008

Het was pas toen ik de voordeur achter me dichttrok en op mijn stalen ros stapte, dat ik echt wakker werd. De hemel was blauwer dan blauw, schoongewassen door een deugddoende nachtrust.

Ik fietste langs het Coninckplein. Ademde diep de heerlijk frisse lucht in. Op het plein, tussen tafels en tentjes, kuierden vroege vogels over het boekenmarktje. Literaire types, meerwaardezoekers van de betere soort, met een neus voor boeken en zin in cultuur. Voor hen was de nieuwe dag alweer begonnen, met ongetwijfeld nuttige en ontspannende bezigheden op het programma.

Aan de rand van datzelfde Coninckplein hing de voorbije nacht nog steeds tastbaar in de lucht. Donkere figuren hingen in de portieken, schimmen van wat ooit mensen waren. Jassen van jaren gedragen zaten op de grond en verstopten het hoopje mens dat erin zat. De straatstenen plakten en waren bezaaid met scherven. Tientallen flesjes en bierblikjes lagen verspreid over plein, straat en voetpad, ontdaan van hun troosteloze inhoud. Hun voormalige eigenaars zaten, lagen, zwierven apathisch over het Coninckplein. Ik wilde oogcontact ontwijken, maar keek toch. Een wezenloze blik. Voor deze man was de nacht nog niet voorbij. De stralende zondagochtend was hem niet gegund.


Logica

10 augustus, 2008

Premisse A: Vanavond Antwerpen Zingt.

Premisse B: Ik ben Antwerps.

Uit het logische principe van het syllogisme volgt dan dat ik vanavond ga zingen. Quod Erat Demonstrandum!