Patatjes

9 december 2008

Een Nieuwjaar zonder zoen
is als patatjes zonder zout.

Zoiets moest ik ooit in schoonschrift in een Nieuwjaarsbrief pennen. Het betekende toen niet alleen een nachtmerrie vol inkt, gekrabbel en overnieuw beginnen. Het was ook het exacte moment waarop ik besefte dat wij thuis patatjes zonder zout aten en dat dat niet normaal was. Volgens mijn Nieuwjaarsbrief.

Zoveel jaren later zijn mijn ogen toch ook opengegaan voor de symbolische waarden van dat zinnetje dat in mijn geheugen is blijven steken. De bescheiden levenservaring die ik al mocht opdoen, heeft me de betekenis van het woordje “zonder” geleerd. Op kot, zonder mama of papa. Studeren in Spanje, zonder beste vriendin om uren mee aan de telefoon of in de keuken thuis te hangen. Werkloos, zonder zekerheid of toekomstplan. Nu bijna een jaar met mijn lieve Held, waardoor het leven plots is opgedeeld in scherpe “momenten zonder” en “momenten met”.

De moeilijkste Zonder? Zonder hém. Zonder Held word ik werkelijk waanzinnig wan wiefde. Om de muren van op te kruipen, de wereld van bij elkaar te gillen, voorwerpen naar hoofden van toevallige passanten van te beginnen gooien of om zielig van weg te krimpen in de zetel onder een deken.

En dan die andere Zonder-kwelling. Ik heb een fulltime job heb als journalist. Ik krabbel al hersenspinsels neer in schriftjes, verloren worddocumentjes, agenda’s en bierkaartjes zolang ik me kan herinneren. En ik heb zelden gebrek aan stof om over te schrijven, zeker niet met een specialleke als mijn Held. Toch kruipt die ambetante Zonder ongevraagd mijn oren en vingers binnnen: de Zonder woorden. Iets dat ervoor zorgt dat ik geen woorden kan vinden die beschrijven hoe graag ik hem wel zie. Iets dat maakt dat ik de vorige zin plakkerig en melig vind, en tegelijkertijd flauw en nietszeggend. Iets dat me influistert dat geen enkel woord mooi genoeg is voor Held.

Zonder woorden, verslagen door de beperking van de taal. Ik leg me er maar bij neer. Zolang ik met Nieuwjaar maar een zoen krijg. Die patatjes, met of zonder zout, dat hoeft niet echt.


That’s the way the cookie crumbles

1 december 2008

Er broeit iets in mijn hoofd. Het rommelt en klutst, allerlei exotische ingrediënten en frisse ideeën worden bijeengegooid en stevig gemixt. Nog even een klopper die met harde hand de plooien gladstrijkt en de laatste klonters uit het deeg haalt. Nog even tijd nodig. 

Ik heb goesting. Veel goesting. Om te schrijven, om woorden duchtig te kneden en mijn eigen vertrouwde recepten te heruitvinden. Het toekomstige eindresultaat gaat heel lekker ruiken. De imaginaire geur kringelt al in mijn neusgaten.

Maar nog even wachten. Nog even laten gisten en groeien. Een keer uitproberen, deeg laten inzakken, pannen laten aanbranden en hard op de bodem moeten schrobben. Om binnenkort met uiterst perfecte geschreven gerechtjes naar buiten te komen. Laat het u alvast smaken.


Instant verslaafd

26 november 2008

Het lege appartement van mijn zus, met -nog even- maagdelijk witte muren. Een verhuistafeltje in het midden van de toekomstige eetkamer. En op die tafel kopjes met geurige oploskoffie, één van de weinige dingen die al uit de verhuisdozen opgevist werden. Het is zondagmiddag. Ik bestudeer het onophoudelijke gedwarrel van de sneeuw van achter het grote raam. En de heerlijke koffie kietelt mijn tong. Een nieuwe verslaving is geboren, en ze heet -opgepast, product placement!- Cap Colombie.

capcolombie

Tijdens de maandagse middagpauze hinkel ik naar het supermarktje tegenover mijn werk. Door regen, wind en smeltende sneeuw. Mijn jas vergeten, mijn snelheid beperkt door een onwillige knie. Natgeregend en helemaal verwaaid beland ik na het supermarktbezoek weer op de redactie. Mijn trofee: een bokaal oploskoffie. Niet dat dat gouden goedje ons hier kwaadwillig ontzegd wordt, maar na meer dan een jaar exact dezelfde koffie drinken ben ik toch eens aan iets anders toe.

Mijn collega blijkbaar ook. Ik liet haar maandag proeven van mijn nieuwe ontdekking. En vanmorgen, toen ik me na een dagje afwezigheid weer aan mijn klavier zette, ontging het mij niet. Die bokaal oploskoffie stond net dat tikkeltje anders dan maandagavond. No hard feelings, collega mag dat. Ik begrijp meer dan wie ook de verleidingen van een onweerstaanbare kop zwart. Instant koffie, instant verslaafd.

We sloten een officiële deal: als de bokaal leeg is, koopt zij een nieuwe. Het resultaat: de komende weken ben ik dus zonder meer een gelukkig mens. Want goeie koffie om je dag mee te beginnen (en door te komen, en in schoonheid af te sluiten): die doet het hem. Dank u, Nescafé.



Voorwaardelijk nieuws

4 november 2008

De Standaard levert vandaag weer een sterk staaltje journalistiek af. Wat gooit de kwaliteitskrant vandaag voor nieuws op mijn bord? Een aantal artikels die mij moeten verzekeren dat hun eerdere berichtgeving wel degelijk… juist was!

Leest u even mee op krantenkoppen.be:

koppends1

Moet ik dan gaan twijfelen aan de juistheid van alle eerdere artikels in De Standaard die NIET achteraf nog een keer bevestigd werden? Doen de journalisten van De Satandaard these days aan voorwaardelijke journalistiek?


Grmbl

8 oktober 2008

Even mezelf zoveel mogelijk tegenspreken (zie vorige bericht): wat heb ik een frustrerende job. Uren werk steken in het schrijven van een tekst van twee bladzijden, waar je eerder op de week drie interviews voor geregeld gekregen hebt en bovendien twee uur voor hebt rondgefietst door de bittere kou. Om dan op de laatste dag voor druk die tekst te zien wegvallen. Heb dus voor niks de twee vorige avonden doorgewerkt. 

Grmbl. (een strip-woord waar ik zo’n absolute hekel aan heb; wie zégt dat nu?!)


Bevoorrecht

6 oktober 2008

Wat een pracht van een job heb ik toch! Bij mensen op de koffie gaan, midden in de actie van de dag belanden en daar vervolgens allemaal wat moois over schrijven.

Ik sprong vanmorgen Tom-Naegels-gewijs op mijn fiets voor een interview in een Antwerpse randgemeente. Parkeerde mijn trouwe ijzeren ros een half uur later aan nummer 64 van een rustiek straatje in Deurne-Zuid. Deed vervolgens binnen een sympathieke babbel met een nog sympathiekere madam, in het gezelschap van een kop goddelijke Senseo-koffie. Mocht doen wat ik het allerliefste doe: vragen stellen en veel te curieus zijn!

Fotootje, plichtplegingen ter afscheid en een race naar de volgende place to be: het Harmoniepark in the centre of the town. Alwaar een bescheiden massa roodbevlagde, -bejaste, -besjaalde, -behandschoende vakbondsmilitanten gezellig soep stond te drinken. En tussen al die actieve actievoerders mocht ik de enkele militanten met een groene jas gaan zoeken voor een interview. Dapper het bemodderde grasveld doorkruist -en daarmee mijn gloednieuwe schoenen helemaal besmeurd, fuck!- en een paar groene mannetjes aangeklampt. Wat militante taal doen uitslaan (waar dienen militanten anders voor?). En als je dan plots een foto wil nemen, gaan ze allemaal zo braaf poseren als voor een klasfoto in het eerste leerjaar. Wég woede om die dalende koopkracht, wég rancune om die bedrijfsleiders die winst maken op de kap van de werknemer. Alleen nog brave glimlachjes en het lijf mooi in groepsfotopositie. Je zou niet zeggen dat er in het bedrijf van die mannen honderden jobs op het spel staan wanneer je hen ziet poseren en soep slurpen.

Maar toch. Ondanks het gebrek aan echte actie geniet ik ervan midden in de actie te staan. De mannetjes in het rood zien er net iets strijdvaardiger uit en ik laat mij graag meedrijven op hun bereidheid tot syndicale strijd. Er gebeurt hier iets, iets belangrijks, en ik mag erbij zijn, mag mensen uitvragen en ongegeneerd foto’s trekken. Heerlijk! Mijn neus gaat er van trillen. Of misschien is dat wel van de koude hersftlucht die ongevraagd mijn neusgaten binnendringt.

Dan: vanaf de late middag met mijn laptop kamperen in het Permekecafé achter de hoek en teksten uitschrijven, doorsturen naar de redactie. Dankzij de vakbonden raak ik niet op diezelfde redactie in Brussel, maar moeilijk gaat ook. Moeilijk is dikwijls zelfs plezanter en uitdagender en geeft meer voldoening! Hoewel ik het mezelf comfortabel maak vandaag. Ik werk snel door, doe mijn best om vandaag nog alles door te sturen wat ik kan voor ons Weekblad. Maar het kan geen kwaad als ik mezelf ondertussen trakteer op een cappuccino de hemel waardig en een stukje van de goddelijke chocoladetaart die ze in het Permekecafé hebben. Zo boordevol chocolade dat ik minstens twee keer mag gaan fitnessen ter boetedoening, mind that. Maar God zal het mij vergeven want hij weet dat het de moeite waard is.

Nog 1 interview vanavond. Weer naar Deurne-Zuid. Weer een halfuur met de fiets, en een halfuur terug. Misschien volstaat 1 keer fitness ook wel.


Technisch werkloos wegens… vakantie

28 juli 2008

Wat doe je wanneer je:
- schrijft voor een weekblad,
- er geen nieuwe editie van het Weekblad verschijnt vóór september,
- en je niet voldoende vakantiedagen hebt om de weken tussen de vorige en de volgende editie op te vullen met deugddoende vakantie?

Om meteen m’n eigen vraag te bantwoorden: 
1. bureau opruimen (en daardoor de kleur van het bureaublad herontdekken)

2. ladenkast opruimen (ha, dáár is mijn cakevorm gebleven! niet meer gezien sinds mijn verjaardag, in februari…)

3. mijn persoonlijke archiefkast opruimen (specifieker: de rommel van mijn voorganger eruitgooien en m’n eigen rommel zo proberen organiseren dat ik er misschien ooit nog wel eens iets aan heb)

4. de redactie opruimen (zou het toeval zijn dat die twee collega-redacteurs op vakantie zijn net nu die stapel Weekbladen gearchiveerd moet worden?)

5. telefoontjes beantwoorden van mensen die eigenlijk altijd naar je collega’s op zoek zijn (“Het spijt me, meneer, maar die kan u pas weer bereiken eind augustus.”)

 

 

 

 

 

6. mijn plantje water geven. Jammer dat het woestijngras is en dus maar om de twee weken nood heeft aan een verfrissende dorstlesser. (zoek en vind op de foto: het nationale -verboden te fotograferen- monument)

 

7. toch al enkele interviews tegen september proberen te regelen (verloren moeite, want de hele wereld is met vakantie en dus per definitie onbereikbaar, ondanks het gsm-tijdperk)

8. ons splinternieuwe fototoestel uittesten! Rrrrrr!


Handleiding: hoe maak ik journalisten het leven moeilijk (deel 2)

26 maart 2008

Een weekblad heeft elke week een deadline, dat is klaar als een klontje. Bij ons valt die op woensdag, om exact 15u50. Dat is het tijdstip waarop de lay-outer die onze laatste correcties doorvoert, huiswaarts vertrekt. Zonder uitstel.

Wat je dus absoluut moet doen om mij op de kast te jagen, is een telefoontje naar de redactie plegen om 15u35. Een vriendelijke mevrouw ergens in de Vlaanders deed het u vandaag op volgende wijze voor:

Savage Chickens bla bla bla- Hallo, redactie X, met Lieve? (oh nee, niet nu, geen telefoon, ik moet die correcties doorbellen! binnen het kwartier!)
* Ben ik bij de redactie van weekblad X? (moet ik duidelijker articuleren ofzo? 15u36)
- Ja mevrouw, daar spreekt u mee. Kan ik u helpen? (be nice. En efficiënt.)
* Ja. Ik zou graag weten of er deze week een weekblad X is. Want het is paasvakantie he.
- Ja mevrouw, deze week gaan we gewoon voort. U krijgt een weekblad X in de bus. (oef, een simpele vraag, een simpel antwoord. Well done, Lieve!)
* Aaah. Want er stond niets op de voorpagina. Normaal gezien als er geen weekblad X is dan staat dat op de voorpagina van de vorige X. (me dunkt, afgeleid via deductie, dat er dus volgende week logischerwijze wél een X is, aangezien er niets stond op de vorige voorpagina hé, mevrouw de trouwe lezeres. Maar ja, niet iedereen is even sterk in logica. 15u40)

Waarop de trouwe lezeres volgende vraag stelt (15u41):
* En hoe zit dat voor de rest van het jaar? Mevrouwtje, kan u mij vertellen welke week er wél een weekblad X is en welke week niet? (15u42) En voor 2009? (15u48) Hebt u daar geen planning van ofzo? Wacht, ik neem mijn agenda even om te noteren…

Ondanks een driemaal herhaalde en niet mis te verstane afsluiter (“Ik hoop dat ik u heb kunnen helpen, mevrouw”) duurde het gesprek tot 15u52. Een gil van ontlading en frustratie bij het neerleggen van de telefoon deed de collega’s van drie bureaus verder ongerust toesnellen. En ik moest een andere lay-outer lastigvallen. Dank u Luc!


Handleiding: hoe maak ik journalisten het leven moeilijk

11 maart 2008

Heel wat mensen blijken de betekenis van het concept “interview” niet te kennen. Naar mijn weten is dat toch nog steeds een gesprek tussen twee of meer personen, waarbij vragen worden gesteld en antwoorden worden gegeven.
Mijn interviewee van daarnet begreep dat anders. Persoon X werkt op de studiedienst van vakbond Y en zag het verloop van een interview als volgt:

1. Vraag waarover het gesprek zal gaan
2. Print alle documenten, rapporten, vergaderingsverslagen en mails af die je rond dat thema in huis hebt
3. Geef deze met sterke aandrang aan de journalist(e) in kwestie
4. Verwijs tijdens het interview voortdurend naar het exact 47 blz tellende stapeltje documenten dat u zonet bezorgde. En dat de vragensteller dus absoluut niet doorgenomen heeft, moest hij/zij daar überhaupt ooit de tijd voor hebben gehad.

Zo moet het dus NIET!

Zoen documentoloen,
Lieve


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.