Een nieuwe melding aan de koffie-automaat vanmorgen. Moest toch even mijn ogen uitwrijven.

Een nieuwe melding aan de koffie-automaat vanmorgen. Moest toch even mijn ogen uitwrijven.

Het lege appartement van mijn zus, met -nog even- maagdelijk witte muren. Een verhuistafeltje in het midden van de toekomstige eetkamer. En op die tafel kopjes met geurige oploskoffie, één van de weinige dingen die al uit de verhuisdozen opgevist werden. Het is zondagmiddag. Ik bestudeer het onophoudelijke gedwarrel van de sneeuw van achter het grote raam. En de heerlijke koffie kietelt mijn tong. Een nieuwe verslaving is geboren, en ze heet -opgepast, product placement!- Cap Colombie.

Tijdens de maandagse middagpauze hinkel ik naar het supermarktje tegenover mijn werk. Door regen, wind en smeltende sneeuw. Mijn jas vergeten, mijn snelheid beperkt door een onwillige knie. Natgeregend en helemaal verwaaid beland ik na het supermarktbezoek weer op de redactie. Mijn trofee: een bokaal oploskoffie. Niet dat dat goude goedje ons hier kwaadwillig ontzegd wordt, maar na meer dan een jaar exact dezelfde koffie drinken ben ik toch eens aan iets anders toe.
Mijn collega blijkbaar ook. Ik liet haar maandag proeven van mijn nieuwe ontdekking. En vanmorgen, toen ik me na een dagje afwezigheid weer aan mijn klavier zette, ontging het mij niet. Die bokaal oploskoffie stond net dat tikkeltje anders dan maandagavond. No hard feelings, collega mag dat. Ik begrijp meer dan wie ook de verleidingen van een onweerstaanbare kop zwart. Instant koffie, instant verslaafd.
We sloten een officiële deal: als de bokaal leeg is, koopt zij een nieuwe. Het resultaat: de komende weken ben ik dus zonder meer een gelukkig mens. Want goeie koffie om je dag mee te beginnen (en door te komen, en in schoonheid af te sluiten): die doet het hem. Dank u, Nescafé.
Wat een pracht van een job heb ik toch! Bij mensen op de koffie gaan, midden in de actie van de dag belanden en daar vervolgens allemaal wat moois over schrijven.
Ik sprong vanmorgen Tom-Naegels-gewijs op mijn fiets voor een interview in een Antwerpse randgemeente. Parkeerde mijn trouwe ijzeren ros een half uur later aan nummer 64 van een rustiek straatje in Deurne-Zuid. Deed vervolgens binnen een sympathieke babbel met een nog sympathiekere madam, in het gezelschap van een kop goddelijke Senseo-koffie. Mocht doen wat ik het allerliefste doe: vragen stellen en veel te curieus zijn!
Fotootje, plichtplegingen ter afscheid en een race naar de volgende place to be: het Harmoniepark in the centre of the town. Alwaar een bescheiden massa roodbevlagde, -bejaste, -besjaalde, -behandschoende vakbondsmilitanten gezellig soep stond te drinken. En tussen al die actieve actievoerders mocht ik de enkele militanten met een groene jas gaan zoeken voor een interview. Dapper het bemodderde grasveld doorkruist -en daarmee mijn gloednieuwe schoenen helemaal besmeurd, fuck!- en een paar groene mannetjes aangeklampt. Wat militante taal doen uitslaan (waar dienen militanten anders voor?). En als je dan plots een foto wil nemen, gaan ze allemaal zo braaf poseren als voor een klasfoto in het eerste leerjaar. Wég woede om die dalende koopkracht, wég rancune om die bedrijfsleiders die winst maken op de kap van de werknemer. Alleen nog brave glimlachjes en het lijf mooi in groepsfotopositie. Je zou niet zeggen dat er in het bedrijf van die mannen honderden jobs op het spel staan wanneer je hen ziet poseren en soep slurpen.
Maar toch. Ondanks het gebrek aan echte actie geniet ik ervan midden in de actie te staan. De mannetjes in het rood zien er net iets strijdvaardiger uit en ik laat mij graag meedrijven op hun bereidheid tot syndicale strijd. Er gebeurt hier iets, iets belangrijks, en ik mag erbij zijn, mag mensen uitvragen en ongegeneerd foto’s trekken. Heerlijk! Mijn neus gaat er van trillen. Of misschien is dat wel van de koude hersftlucht die ongevraagd mijn neusgaten binnendringt.
Dan: vanaf de late middag met mijn laptop kamperen in het Permekecafé achter de hoek en teksten uitschrijven, doorsturen naar de redactie. Dankzij de vakbonden raak ik niet op diezelfde redactie in Brussel, maar moeilijk gaat ook. Moeilijk is dikwijls zelfs plezanter en uitdagender en geeft meer voldoening! Hoewel ik het mezelf comfortabel maak vandaag. Ik werk snel door, doe mijn best om vandaag nog alles door te sturen wat ik kan voor ons Weekblad. Maar het kan geen kwaad als ik mezelf ondertussen trakteer op een cappuccino de hemel waardig en een stukje van de goddelijke chocoladetaart die ze in het Permekecafé hebben. Zo boordevol chocolade dat ik minstens twee keer mag gaan fitnessen ter boetedoening, mind that. Maar God zal het mij vergeven want hij weet dat het de moeite waard is.
Nog 1 interview vanavond. Weer naar Deurne-Zuid. Weer een halfuur met de fiets, en een halfuur terug. Misschien volstaat 1 keer fitness ook wel.
Heuglijk nieuws! Koffiedrinken is gezond! Als ik niet meer dan zes koppen koffie drink, loopt mijn gezondheid geen gevaar, beweert de Universiteit van Madrid. En ik kan niet wachten tot ik in mijn midlifecrisis zit, want op middelbare leeftijd mag ik als vrouw sloten van het goudbruine goedje gaan binnengieten om de kans op een hartaandoening te verkleinen. Rouwig kan ik daar niet om zijn, “euforisch” is een toepasselijker omschrijving.

Misschien moet ik dit “nieuws” toch maar met een klontje suiker korreltje zout nemen. Ik ken de Madrilenen en zou de kilometers die ze dagelijks naar de koffieautomaat/koffiebar/koffiekan afleggen, niet willen overdoen. En ik ken het onderwijsniveau in Spanje, ik weet dus dat een “universitair onderzoek” gelijkgesteld kan worden met een hogeschooltaakje hier.

Maar toch ben ik geneigd mijn ex-stadsgenoten te geloven. Want ze sussen mijn geweten met pseudo-wetenschappelijke bevindingen wanneer ik mijn mok weer eens tot het randje vul met goddelijk spul. Cortado, con leche, cappuccino of moccha: geen muziek die mooier klinkt in mijn verslaafde oren!
En als je me nu wil excuseren… Ik ga zonder gewetensbezwaren gehoor geven aan mijn lijf, dat schreeuwt om een volgend cafeïneshot. Want ik zit nog lang niet aan die 6 koppen.
Sinds ik koffie drink, worstel ik met een probleem. Een kwartier geleden werd ik er weer mee geconfronteerd. Ik zit in het Permekecafé achter de hoek met mijn laptop en heb een koffie besteld. De knappe waiter brengt me die snel en met de glimlach, vergezeld van een koekje, twee suikertjes en een melkje. En dan komt het: hoe open je in godsnaam dat melkje op een elegante manier, zonder te spatten of te klungelen? Je kent ze wel, van die ronde potjes bovenaan afgesloten met cellofaanpapier, met een lipje om aan te trekken.
Ik blijf sukkelen met die ondingen.
Ik ben al niet van de handigste, maar mijn overtuiging is dat koffiemelkpotjes speciaal ontworpen zijn om mee te smossen. Als je potje in goede staat is en je hebt een lucky day, dan kan het wel eens zijn dat het openmaken perfect lukt. Aan het lipje trekken, papiertje komt er half af, melk vlotjes in de tas gieten. Wat bij mij een gevoel van extase teweegbrengt.
Maar meestal spat de melk in het rond, moet ik het cellofaanpapier in stukken openrijten en giet ik de helft van de inhoud naast mijn tas. Om dan nog maar te zwijgen over de tallozen keren dat die melkjes naast je koffie gewoon géén treklipje hebben!
Hierbij dus een oproep aan koffiemelkpotjesmakers: wees creatief en maak mij het leven makkelijker! Of zijn er hier ervaringsdeskundigen met goeie tips om die ondingen open te doen zonder te smossen?