Kerstmis

25 december 2010

Voor mijn ouders, zussen, schoonbroer en neefje, voor de goede vriendinnen en mijn onmisbare Held, en ja, zelfs de collega’s die ik toch wel mis tijdens deze feestdagen:


Mijn lieve konijn

3 april 2010

Waar zou ik beginnen? Knabbelen aan zijn oor? Eerst het linker, of het rechter?

Of toch maar eerst een stoute beet in zijn neus?

En wat met dat hand dat stiekem onder het jurkje verdwenen is, nog lichtjes zichtbaar?

Hij draagt glimmende zwarte schoenen. Staat hem prachtig, very chique.

Wat een lieve, verliefde blik. En dat lachje.
Die bewaar ik tot het laatst… Lees de rest van dit artikel »


Vakantie in zicht

13 februari 2010

Het gaat niet anders kunnen dan tegenvallen. Want ik droom er nu al zo van weg, van die paradijselijke stranden, van die stralende zon die energie geeft en mij vrolijk maakt, van die week op een ver eiland met alleen mijn Held in de buurt, van dat Spaanse geratel rondom dat mij het gevoel geeft weer thuis te zijn.

Ik kijk er zo naar uit. Spanje! Uitrusten! Onbekende oorden! Een hele week met mijn schat van een Held! Het kan dus niet anders dan tegenvallen, gezien de hoge verwachtingen. Het zal gegarandeerd plenzen en stortregenen, die zeven dagen. De stranden zullen verlaten zijn, de palmbomen huilend en troosteloos, onze verblijfplaats te krap, onze vlucht vertraagd en onze koffers te zwaar.

Maar gelukkig, God zij dank, zal Held er steeds zijn. En met hem aan mijn zij, geloof het of niet, wil ik zelfs naar de Noordpool als het moet.


Thee

23 januari 2010

Thee om twee uur ‘s nachts. De laatste van de dag.

De sinaasappel-citroenthee om 9 uur was de allereerste. Een grote mok, om mijn ochtendlijke mokken te verdrijven. Redenen genoeg om te mokken. Ik was de avond voordien gaan joggen in het park (in de kou!) en voelde mij meer verwant met dweil, schotelvod of zwabber dan met de menselijke soort. De nacht was te kort en de wekker was te vroeg. De trein was te laat en de temperatuur buiten te laag. Loopneus, hoofdpijn. En nog een hele werkdag eer ik mijn Held weer zie. Mijn eerste troost op het werk: een tas hete thee. En Halleluja, wel tien keer na elkaar.

De tweede thee van de dag maak ik niet eens zelf. Twinings tea, recht uit Londen. Held probeert mijn verkoudheid weg te knuffelen, tevergeefs, en vraagt dan maar: “Thee?”. Ik ga dankbaar op het aanbod in. De thee brengt rust, en de maker ervan al evengoed. Een tas gemaakt met liefde. Een theemoment om de ogen bij te sluiten. Samen, rust, eindelijk weekend. Ik leun achterover in de zetel, voel hoe ik het weer helemaal warm krijg na mijn tocht door de kou. Maar of dat aan de warme drank ligt of aan de geruststellende aanwezigheid van mijn Held, dat valt niet te bepalen.

Tea nummer drie, op café. Drie vriendinnen tateren makkelijk meer dan drie uur aan een stuk. Eén Bolleke, één witte wijn. En één thee. Wijn bij hoofdpijn lijkt me namelijk geen goed idee. De jonge ober plant een houten theedoos voor mijn neus op tafel. Zwarte zakjes met mysterieuze namen. Ik kies voor “Amantes”. Minnaars, liefhebbers. We kletsen, urenlang. Over op reis gaan, en over dromen over op reis gaan. Over wassen op 30 graden en over ongevallen veroorzaken met een huurauto. Over drugsverslaafden in apotheken en over te plichtsbewuste politieagenten. Momenten om lief te hebben.

Thee om twee uur ‘s nachts. De laatste van de dag. Maar broodnodig, want de stem is rauw van de rokerige ruimte. En van het tateren. Warme muntthee met honing om de keel te smeren voor het slapengaan. Het laatste kletsje is koud geworden terwijl ik zocht naar de goede woorden. Even doorslikken. Vier keer tea time, maar nu toch bed time.


Vogeltje

8 december 2009

Ze was jong, haar vleugels plakten nog een beetje aan haar lijf. Maar de ogen blonken in het vooruitzicht op de vlucht die haar nog te wachten stond. Twintig. Vogelvrij.

Het gesprek ging over relaties. Over geen vriend hebben, zelfs over nog nooit een vriend gehad hebben. Ze lachte, blij met de vele voordelen van die situatie. Dat haar vriendinnen zo dikwijls zeurden over hun relatieperikelen. Ze bloosde een beetje, toen ze met zachtere stem moest toegeven wat ze eigenlijk wel miste. Iemand die altijd voor je klaar staat. Waarmee je ideeën kan uitwisselen en nieuwe ervaringen kan opdoen.

Ze was een beetje zoals ik op die leeftijd, nauwelijks drie jaar geleden. Een jonkie met kleverige vleugels. Niet wanhopig zoekend, maar stiekem hopend om een andere toffe vogel tegen het lijf te vliegen.

Ik wilde haar geruststellen. Je komt hem nog wel tegen. Hij is nu ongetwijfeld ook op zoek naar iemand zoals jij. En binnen een jaar of drie, wanneer je zo oud bent als ik, heb je ook leren vliegen.


Stukje ongeduld

24 september 2009

Ik kroop gisteravond met het middernachtelijke nieuws in bed. Nog 12 uur.

De wekker, vanmorgen, om halfzeven. Nog 5 uur en half.

De trein kruipt. Ik sukkel van de trein op het perron en mijn blikt trekt zichzelf naar de stationsklok. Nog 3 uur en half.

Koffiepauze nu. Twee melk, één suiker. Nog anderhalf uur.

Nee, ongeduldig ben ik niet. Maar ‘t wordt nu toch wel tijd! :-)


Mijn zelfontspanner

20 februari 2009

Alsof mijn intuïtie foto’s maakt van die eerste momenten, zonder dat ik zelf op de ontspanner heb geduwd. Zou iedereen dat hebben? Zo’n oude doos vol momentopnames van eerste ontmoetingen, die later je leven ingrijpend veranderd blijken te hebben?

In mijn wonderlijke verzameldoos zitten ruwe diamanten. Het zijn herinneringen aan mensen en plekken die nadien zouden uitgroeien tot vriendschap en onderdak. Tot fijngeslepen en fonkelende edelstenen: Held, mijn beste vrienden, de plekken op aarde die ik “thuis” heb genoemd.

De zus van
Het decor van één zo’n tableau vivant dans ma mémoire is een speelplaats op de middelbare school. De spijlen van de reling voor de lage, troebele ramen, het afdak, de grijze vierkante tegels: het beeld blijft na tien jaar nog even scherp. Tegen de reling staat een 14-jarig meisje wat onwennig rond te hangen. Nieuw op school, maar dat wist ik nog niet. Ik loop voorbij en ze roept naar me. “Hé, zus van Nele!” Klik, flits, foto. Ik ken dat meisje van ergens. Ze heeft een tomaatrode jas aan, die ze ook droeg toen we elkaar voor de eerste keer toevallig ontmoetten op een Chirozondag.

speelplaatspix

Bijna tien jaar, tientallen ijsjes in ’t Stad en ontelbare uren geklets verder zijn we nu. De tomaatrode jas werd ondertussen ingewisseld voor een modieuze oranje met pluizige groene sjaal, maar het meisje IN de jas is nog altijd mijn beste vriendin.

Het roze huis
Madrid, september 2005. Ik sta net op eigen Erasmusbenen, nog wat wankel en onwennig. Ik ga naarstig op zoek naar een studentenkamer. Het budget is beperkt, de kamers die ik bezoek aanvaardbaar maar niet ideaal. Ik weeg bij mezelf objectieve argumenten af, pro’s en contra’s, “te klein en verzorgd” versus “groot genoeg maar slecht gelegen”. Niet nodig, zo blijkt na vier dagen. Ik ga nog één kamer bekijken. In de Calle Pamplona. De huisbazin steekt het sleutel in het slot van een glazen deur met dikke tralies ervoor. Ik stap het halletje binnen. Ik heb nog niets gezien van de kamer, van het huis. Maar een tintelend gevoel vertelt mij: dit is het. Hier ga ik vijf maanden wonen. Dit zit goed. Klik, flits, foto.

callepamplonamadrid

En elke keer dat ik terugkeer naar mijn tweede thuisstad, Madrid, keer ik terug naar dat roze geschilderde huis in de Calle Pamplona. Waar we met 12 internationale studenten de gekste Halloween- en andere party’s organiseerden. Waar ik op Nieuwjaarsochtend warme Spaanse chocolade dronk vooraleer in bed te kruipen. Waar ik iedereen ziek maakte met kilo’s chocolade, aangevoerd uit België. Waar mijn kotgenoten en ik midden in een januarinacht  een kerstboom uit het raam van de tweede verdieping gooiden.

Een Goeiemorgen
En dan Held. Het eerste beeld van hem staat op mijn netvlies gebrand. Ik stap de ruimte binnen waar hij aan het werk is. Laat mijn uitzonderlijk goede humeur van die dag zijn werk doen en groet hem met een stralende ‘Goedemorgen’. Hij reageert met een verbaasde blik en een groet terug aan die spontane onbekende. Klik, flits, foto. Het kortst mogelijke moment, banaal en onbetekenend, maar mijn geheugen heeft ervoor gekozen het te onthouden.

Behoorlijk mysterieus, die eerste momenten. Waarom belandt het ene moment wel in mijn doos met diamantjes, en het andere niet? Slechts één criterium lijkt van toepassing: het zijn de momenten waarop mensen zichzelf toegang verschaffen tot mijn persoonlijke fotoboek, waar ze één van de mooiste en meest prominenten plaatjes zullen worden. Maar hoe mijn geheugen op voorhand weet dat iemand zo belangrijk gaat worden, blijft me een behoorlijk raadsel.


Wolkjes

8 januari 2009

Perron 11, Brussel-Noord. De laatste trein heeft vertraging. Bittere koude vreet aan mijn tenen, vingers, oren. Ik adem wolkjes. Maar toch denk ik er niet aan de vrieskou te verdrijven met de hete thee uit mijn thermos. Een enkele slok zou immers zijn laatste zoen van mijn lippen spoelen, zonder mededogen voor de melancholie.

Laat mij maar bevriezen. Dat luttele uurtje met Held, aan een simpel tafeltje in een ongezellige fastfoodtent, heeft me moeiteloos doen smelten vanbinnen. Mijn bloed klopt warm, ik leef en alles bougeert. In de koude sneeuwlaag op mijn rug heeft zijn warme hand een gloeiende afdruk achtergelaten.

Het vriest -10. Maar mijn hart is weer ontdooid. Zuiderse temperaturen heersen in mijn hoofd en daar kan geen koning Winter tegenop.


Patatjes

9 december 2008

Een Nieuwjaar zonder zoen
is als patatjes zonder zout.

Zoiets moest ik ooit in schoonschrift in een Nieuwjaarsbrief pennen. Het betekende toen niet alleen een nachtmerrie vol inkt, gekrabbel en overnieuw beginnen. Het was ook het exacte moment waarop ik besefte dat wij thuis patatjes zonder zout aten en dat dat niet normaal was. Volgens mijn Nieuwjaarsbrief.

Zoveel jaren later zijn mijn ogen toch ook opengegaan voor de symbolische waarden van dat zinnetje dat in mijn geheugen is blijven steken. De bescheiden levenservaring die ik al mocht opdoen, heeft me de betekenis van het woordje “zonder” geleerd. Op kot, zonder mama of papa. Studeren in Spanje, zonder beste vriendin om uren mee aan de telefoon of in de keuken thuis te hangen. Werkloos, zonder zekerheid of toekomstplan. Nu bijna een jaar met mijn lieve Held, waardoor het leven plots is opgedeeld in scherpe “momenten zonder” en “momenten met”.

De moeilijkste Zonder? Zonder hém. Zonder Held word ik werkelijk waanzinnig wan wiefde. Om de muren van op te kruipen, de wereld van bij elkaar te gillen, voorwerpen naar hoofden van toevallige passanten van te beginnen gooien of om zielig van weg te krimpen in de zetel onder een deken.

En dan die andere Zonder-kwelling. Ik heb een fulltime job heb als journalist. Ik krabbel al hersenspinsels neer in schriftjes, verloren worddocumentjes, agenda’s en bierkaartjes zolang ik me kan herinneren. En ik heb zelden gebrek aan stof om over te schrijven, zeker niet met een specialleke als mijn Held. Toch kruipt die ambetante Zonder ongevraagd mijn oren en vingers binnnen: de Zonder woorden. Iets dat ervoor zorgt dat ik geen woorden kan vinden die beschrijven hoe graag ik hem wel zie. Iets dat maakt dat ik de vorige zin plakkerig en melig vind, en tegelijkertijd flauw en nietszeggend. Iets dat me influistert dat geen enkel woord mooi genoeg is voor Held.

Zonder woorden, verslagen door de beperking van de taal. Ik leg me er maar bij neer. Zolang ik met Nieuwjaar maar een zoen krijg. Die patatjes, met of zonder zout, dat hoeft niet echt.


Ochtendlijke survivaltrip

17 oktober 2008

De tijden van ochtendlijk donker zijn weer begonnen. En het gaat er na volgend weekend niet veel beter op worden. Mijn ogen plakken nog dicht als sputterend protest tegen dat onkatholieke uur waarop ik uit bed strompel. En de woonkamer is een waar hindernissenparcours, met de buitendeur als eindbestemming.

Het parcours begint aan de gordijnen tussen keuken en woonkamer. Als extra moeilijkheid on the road is er de ballast van iPod, GSM, zakdoekjes en twee rozijnenboterhammen die in mijn handtas of in mijn mond moeten belanden. En die bevindt zich óók aan de andere kant van de woonkamer.

De lichtknop van de woonkamer staat natuurlijk aan de foute kant. Dus moet ik mijn ochtendlijke parcours, zo’n vier meter lang schat ik, afleggen in het duisterste duister denkbaar. Op sloffen.

Met mijn armen vol prul-dat-absoluut-mee-moet-naar-het-werk worstel ik eerst met de gordijnen. Tot mijn ellebogen het gat in het midden vinden en ik mij daar door kan wurmen. Dan: voetje voor voetje voortschuifelen. Eerst oppassen voor mijn mobiele chauffageke rechts. Geen sinecure, aangezien ik dat om één of andere wispelturige reden elke avond wel verzet. Tegelijkertijd proberen om het lage ladenkastje links te ontwijken. En de hoek van mijn zetel. Want die laatste heeft mij al verschillende keren een blauwe teen bezorgd en ik kan u zeggen dat dat geen deugd doet.

Wanneer ik smooth en safe het chauffageke, het kastje en de zetel voorbij ben, kan ik weer opgelucht ademhalen. Denk ik. Het einde is in zicht, ik ben al een meter of drie gevorderd. De schuifdeur bijna binnen handbereik. Ik breek mijn brein al over de vraag hoe ik die met alle rommel in mijn handen open ga krijgen. Maar ik vergeet de mogelijkheid dat zijn pantoffels nog rondslingeren op het eind van mijn parcours. Nu ja, zijn pantoffels. Mijn pantoffels. Eerder slefkes, eigenlijk. Oranje. Die hij altijd aandoet wanneer hij bij mij logeert. Zoals vorig weekend.

Ik vergeet de pantoffels dus. En ik struikel er over. Boenk, bijna met mijn neus tegen de schuifdeur. Bijna onderuit, met de zetel als strategisch geplaatste zachte redding. Maar: bijna, niet helemaal! Ik maak wel een vreemd huppelpasje wanneer ik over de pantoffels struikel (gelukkig is het donker en kan ik mezelf niet eens zien klungelen), maar ik val niet. Maar in het duister schittert slechts één ding: mijn stralend brede glimlach. Omdat ik over zíjn pantoffels elke dag wel wil struikelen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.