Mijn zelfontspanner

20 februari 2009

Alsof mijn intuïtie foto’s maakt van die eerste momenten, zonder dat ik zelf op de ontspanner heb geduwd. Zou iedereen dat hebben? Zo’n oude doos vol momentopnames van eerste ontmoetingen, die later je leven ingrijpend veranderd blijken te hebben?

In mijn wonderlijke verzameldoos zitten ruwe diamanten. Het zijn herinneringen aan mensen en plekken die nadien zouden uitgroeien tot vriendschap en onderdak. Tot fijngeslepen en fonkelende edelstenen: Held, mijn beste vrienden, de plekken op aarde die ik “thuis” heb genoemd.

De zus van
Het decor van één zo’n tableau vivant dans ma mémoire is een speelplaats op de middelbare school. De spijlen van de reling voor de lage, troebele ramen, het afdak, de grijze vierkante tegels: het beeld blijft na tien jaar nog even scherp. Tegen de reling staat een 14-jarig meisje wat onwennig rond te hangen. Nieuw op school, maar dat wist ik nog niet. Ik loop voorbij en ze roept naar me. “Hé, zus van Nele!” Klik, flits, foto. Ik ken dat meisje van ergens. Ze heeft een tomaatrode jas aan, die ze ook droeg toen we elkaar voor de eerste keer toevallig ontmoetten op een Chirozondag.

speelplaatspix

Bijna tien jaar, tientallen ijsjes in ’t Stad en ontelbare uren geklets verder zijn we nu. De tomaatrode jas werd ondertussen ingewisseld voor een modieuze oranje met pluizige groene sjaal, maar het meisje IN de jas is nog altijd mijn beste vriendin.

Het roze huis
Madrid, september 2005. Ik sta net op eigen Erasmusbenen, nog wat wankel en onwennig. Ik ga naarstig op zoek naar een studentenkamer. Het budget is beperkt, de kamers die ik bezoek aanvaardbaar maar niet ideaal. Ik weeg bij mezelf objectieve argumenten af, pro’s en contra’s, “te klein en verzorgd” versus “groot genoeg maar slecht gelegen”. Niet nodig, zo blijkt na vier dagen. Ik ga nog één kamer bekijken. In de Calle Pamplona. De huisbazin steekt het sleutel in het slot van een glazen deur met dikke tralies ervoor. Ik stap het halletje binnen. Ik heb nog niets gezien van de kamer, van het huis. Maar een tintelend gevoel vertelt mij: dit is het. Hier ga ik vijf maanden wonen. Dit zit goed. Klik, flits, foto.

callepamplonamadrid

En elke keer dat ik terugkeer naar mijn tweede thuisstad, Madrid, keer ik terug naar dat roze geschilderde huis in de Calle Pamplona. Waar we met 12 internationale studenten de gekste Halloween- en andere party’s organiseerden. Waar ik op Nieuwjaarsochtend warme Spaanse chocolade dronk vooraleer in bed te kruipen. Waar ik iedereen ziek maakte met kilo’s chocolade, aangevoerd uit België. Waar mijn kotgenoten en ik midden in een januarinacht  een kerstboom uit het raam van de tweede verdieping gooiden.

Een Goeiemorgen
En dan Held. Het eerste beeld van hem staat op mijn netvlies gebrand. Ik stap de ruimte binnen waar hij aan het werk is. Laat mijn uitzonderlijk goede humeur van die dag zijn werk doen en groet hem met een stralende ‘Goedemorgen’. Hij reageert met een verbaasde blik en een groet terug aan die spontane onbekende. Klik, flits, foto. Het kortst mogelijke moment, banaal en onbetekenend, maar mijn geheugen heeft ervoor gekozen het te onthouden.

Behoorlijk mysterieus, die eerste momenten. Waarom belandt het ene moment wel in mijn doos met diamantjes, en het andere niet? Slechts één criterium lijkt van toepassing: het zijn de momenten waarop mensen zichzelf toegang verschaffen tot mijn persoonlijke fotoboek, waar ze één van de mooiste en meest prominenten plaatjes zullen worden. Maar hoe mijn geheugen op voorhand weet dat iemand zo belangrijk gaat worden, blijft me een behoorlijk raadsel.


Een wonderkoekje, een valsspeler en een heel lange maand

2 september 2008

In het tweede middelbaar kregen we op een middag niet meer te eten dan 1 Soedankoekje. Een witte reep die lichtjes afbrokkelde wanneer je er aan pulkte. Het waren zogezegd “voedzame koekjes”, zeiden de leerkrachten ons. Met genoeg voedingsstoffen en calorieën en weetikveelwatzymen om een hele dag zonder honger door te komen. Jaja. Maar wij moesten wel onze dagelijkse warme maaltijd en chocoladereep als dessert op onze buik schrijven?
Ze bleken gelijk te hebben, die leerkrachten. Een simpele witte reep nam op wonderbaarlijke manier de honger weg. Maar smaken deed het niet echt.

Enkele jaren later, in diezelfde leerrijke middelbare school, begon ik na te denken over de wereld. Ik leerde over hongersnood en ellende en besefte dat ik zelf -gelukkig!- nog nooit honger had gekend. Ik was 16 en wilde weten hoe dat voelde, zo’n lege maag. En dus besliste ik om op een blauwe donderdag niet te eten. Van ‘s morgens af tot ‘s avonds. Maar ik speelde vals. ‘s Ochtends een klein beetje ontbijten, dat kon geen kwaad he? Goed begonnen, half…?! Nadien hield ik het toch uit tot een uur of vier in de namiddag. En toen had ik er genoeg van. De honger had mijn benen slap en mijn hoofd verward gemaakt. Ik besliste dat ik nu wel wist wat dat was, een lege maag. Ik had amper 7, misschien 8 uur niets gegeten.

En nu zie ik hoe een goede vriend zijn geloof en zelfdiscipline test met vrijwillige honger. Overdag, tenminste. Wetende dat ik het zelf niet eens een dag zou uithouden, kan ik daar alleen maar respect voor hebben. Afzien van allerlei soorten aardse verlokkingen ten dienste van je overtuiging, dat vind ik eigenlijk best knap. Een maand zonder drank, sigaretten, feestelijke uitspattingen, seks, een maand van honger, om je te concentreren op de belangrijke dingen des levens: bezinning, dankbaarheid, banden tussen familie en vrienden. Stiekem zou ik dat ook wel willen kunnen.
Maar om niet onder te moeten doen voor die vriend, neem ik mezelf voor de hele maand niet te snoepen. En dat hou ik toch al twee dagen vol! ;-)


Kzienageire

30 juni 2008

Ze zijn zo cliché, de blogposts over zoektermen waarmee mensen op je blog terechtkomen. Maar hoe kan ik die zoektermen negeren wanneer er lieve woordjes tussen zitten?

Een lieve onbekende zocht naar “ik zien a geire”. Niet “ik hou van jou”, niet “ik zie je graag”. Waar wel de beeldschone Antwerpse variant.

De woorden doen me denken aan mijn favoriete leraar in de middelbare school, Marc Fransen. Van geen leraar Nederlands heb ik ooit meer bijgeleerd. Maar vooral zijn sappige verhalen, die hij vertelde terwijl hij op het lerarenbureau zat, zijn me het meest bijgebleven. Onder andere ook zijn lofzang op de klank van taal. Hoe de woorden “ik hou van jou” in elke taal zo mooi klinken. I loooove you, met een diepe, zwoele stem. Je t’ aime, oprecht en zangerig. Ich liebe dich, vrolijk rijmend. Té kjeeeero, ti aaaamo. Rrrrrr, ik ook van u.

En, ok, de Nederlandse versie paste niet in dat mooie rijtje van klinkende liefdesbetuigingen. Maar het ”kzien a geire” van een echte Antwerpenaar, sappig en rechtuit, dat was toch de mooiste van allemaal, niet?

Was u misschien die onbekende zoeker, meneer Fransen?


Verloren moeite

14 maart 2008

Vijf jaar geleden is het ondertussen dat ik nog eens een pianoklavier met mijn handen mocht beroeren… Maar vanaf volgende vrijdag kan ik dat weer doen op elk moment van de dag en de nacht! Als mijn buren daar niets op tegen hebben, tenminste. Ik heb zéér binnenkort dus weer een piano in huis, en ik kijk er zo naar uit!

Die op stapel staande pianoverhuis -niet zonder de nodige logistieke problemen trouwens- deed mijn gedachten wegdrijven, naar de zovele dingen die we leren en waar we nadien niets meer mee doen. Uren heb ik als tiener gezwoegd op die Duitse woordjes en wiskundige formules, maar met mijn Duits kom ik dezer dagen nauwelijks verder dan Jean-Marie Pfaff. En die wiskunde, tja, zelfs voor de eenvoudigste berekeningetjes grijp ik nu naar mijn rekenmachine.

Herkenbaar?


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.