Blue Monday for a journalist

17 januari 2012

Ik had vrijdag alles zo mooi geregeld. Vrijdagnamiddag is doorgaans niet het moment dat ik in overdrive ga voor het werk, maar vorige week was een uitzondering. Interviewees gebeld, afspraken gemaakt, fotografen geregeld en instructies doorgebrieft. De juiste documentjes gedownload op de laptop, zodat ik maandag ook op de trein zou kunnen werken. Ik kon met een héél tevreden gevoel het weekend instappen.

Maar niemand had me gewaarschuwd voor Blue Monday. Ik stap de trein richting interview op met het gevoel dat ik iets vergeten ben. Laptop? Check. Werkteksten voor op de trein? Check. Treinbiljet? Check. Maandagkrant afgehaald in de krantenwinkel op de hoek? Overgeslagen wegens ochtendlijk tijdgebrek, maar da’s geen ramp.

Net iets voorbij Antwerpen Berchem besef ik welke bijkomstigheid ik gladweg vergeten ben: research voor het komende interview. Dat gaat over een nogal technische sociaal-economische kwestie in verband met de crisisbesparingen. Op zo’n moment kan je niet anders dan vloeken – binnensmonds dan liefst nog, of de hele treincoupé staart je beschuldigend aan. No smartphone, no time om een internetaansluiting te gaan zoeken. Grote kans om een belachelijk figuur te slaan wegens gebrek aan essentiële voorkennis. Blue Monday, titelt het gratis Metro-krantje op mijn treintafeltje. Couldn’t have said it better.

Gelukkig heb ik op zo’n moment nog één immense troef achter de hand: nieuwsgierigheid. Curieuze curiositeit, waarmee je je in bepaalde gevallen kan permitteren te doen alsof je neus bloedt. Want de lezer moet het ook snappen, natuurlijk, en die begint van nul af aan. Dus mag ik dat ook!

Interview verloopt vlekkeloos. Interessante materie, interessante interviewee. En wanneer ik even later in het café aan de Gentse Opera mijn tekst zit uit te schrijven op de laptop, genesteld in een comfortabel zeteltje en vergezeld van een smakelijke cappuccino, kijk ik even uit het raam. Het is inderdaad een Blue Monday: stralend zonnetje aan een strakblauwe hemel. Meer heeft een mens niet nodig om aangenaam te kunnen werken.


Regisseurs

24 november 2011

Onze vaste filmredacteur heeft een nieuwe beroepsuitdaging gevonden. Daarom nestel ik mij deze namiddag al voor de vierde keer in een comfortabel cinemazeteltje, gratis en voor niks, om een film te bekijken die pas binnen een week of vier in de zalen draait. Recensie over schrijven voor onze cultuurblog, babbeltje over doen met de regisseur en ik ben helemaal mee met het filmgebeuren.

U begint te kwijlen van jaloezie? Laat dat al maar zitten. Leuk, die films, ok. Maar tel maar eens na hoeveel interviews met de regisseur van Het Varken van Madonna de laatste weken in alle media zijn verschenen. Frank Van Passel in De Laatste Show. Frank Van Passel in Humo. Frank Van Passel in Wablieft. Frank Van Passel in Metro. In Het Belang van Limburg, in de Krant van West-Vlaanderen, en ga zo maar door.

Picture: een regisseur – die er in de eerste plaats voor kiest om films te maken, niet om op de rooster gelegd te worden door een meute kritische filmjournalisten – wordt door de distributeur een dagje op hotelkamer gezet. Een rij mannen, afwisselend met pen en blocnote, camera of bandopnemer, passeert de hele dag lang de revue. En let op het woord ‘mannen’, want dat zijn het in 19 van de 20 gevallen wel. Alsof vrouwen niet van films houden en er nog minder over zouden kunnen schrijven.

Bon. Je krijgt dus de bedenkelijke eer om verhalen en uitspraken te ontlokken die door de band vooraf geprogrammeerd zijn, wegens al zoveel keren verteld. Die journalisten stellen natuurlijk ook allemaal dezelfde vragen, daar kan je niet onderuit. Tip voor beginners: lees vooraf vooral géén andere interviews met de regisseur, zeker niet over diezelfde film. Waag je je er toch aan, dan groeit je frustratie tijdens het gesprek meer dan waarschijnlijk tot ongekende hoogten. Je komt dan tot het besef dat je geen gesprek tussen twee mensen meer aan het voeren bent, maar gewoon functioneert als een simpel doorgeefluik voor promotalk.

Om eerlijk te zijn: met Frank Van Passel viel het gigantisch mee. Sympathieke mens, die van verveling of gebrek aan enthousiasme absoluut geen spoortje vertoonde. Interessante mens met interessante visies. Zeker gaan kijken, dus. En toch nog het interview in het Weekblad lezen, ook al lees je daar voor de helft in wat ook in die andere bladen stond. ;-)


Interviews met Yevgueni

27 oktober 2011

Probeer het maar eens: twee serieuze interviews uitschrijven terwijl iedereen je bureau binnenvalt, de telefoons om de haverklap rinkelen -zeker als de secretaresse met koffiepauze is- en de mails met correcties, suggesties voor artikels en platte spam blijven binnenrollen. Met dat irritante Outlook-geluidje er telkens weer bij.

Reden genoeg om een voormiddagje “thuis” te werken. Lees: in een gezellige koffiebar, genesteld in een comfortabel zeteltje, laptop op de schoot en straffe koffie bij de hand. Verbazingwekkend hoe snel die artikels dan ineens vlotten.

En als het dán nog niet echt gaat -die verdoemde writer’s block!-, dan weet Yevgueni raad. Met “Pannenkoeken” op de achtergrond, in oneindige repeat-modus, werkte ik deze week moeiteloos artikels over de Goede Bijstand-gemeenschap in Brussel en over opleiding op de werkvloer af. En nog een column uit de losse pols geschud ook. Dank, Yevgueni. Eén liedje en hup, in overdrive!

Een tijd geleden -moet nu toch ook al ongeveer 3 jaar zijn, als ik me niet vergis- mocht ik Yevgueni-gitarist Maarten Van Mieghem interviewen voor het Weekblad. Telefonisch. Wat heb ik dáár een hekel aan. Mensen de pieren uit hun neus vragen en hen niet eens recht in de ogen kunnen kijken! Bovendien moest ik de man dan ook nog ‘s avonds opbellen, buiten werktijd, terwijl ik lekker gezellig -en pril verliefd- bij Held in de sofa zat.

Maar het viel reuze mee. Maarten bleek een neig sympathieke gast. Aan de telefoon toch. Kan ook niet anders (opgepast, jeugdbewegingschauvinisme op komst!) met een Chiro-verleden. De gitarist vertelde over het jeugdbewegingsverleden van de groep, over hun engagement als vrijwilliger. En dat sympathieke, dat jongensachtige, dat zit nog altijd een beetje in hun muziek. “Het meisje is gebleven, ze is een vrouw geworden, toevallig die van mij”. Ik smelt. En ik werk.


Zonder chauffage

25 oktober 2011

Een man op de bus. “Koud vandaag, hé?” Hij steekt zijn hand even op bij het afstappen.

Een broer of zus belt, zomaar. “Hoe is ’t met u?”

Een spontane, troostende hand op de schouder van iemand die zijn verdriet niet meer de baas kan. “Het komt wel weer goed.”

Een rode Peugeot stopt op een drukke steenweg, om een bende fluovestjes met kinderen erin te laten oversteken. “Dank u, mevrouw!” Zwaaiende handjes.

Een treinbegeleider met een warme stem. “Het personeel op deze trein wenst u nog een zeer aangename dag verder.” Oprecht, dat hoor ik.

Een zondags bezoek aan moeder of grootmoeder. Je favoriete kostje van vroeger op de tafel van vroeger. “Niet te veel eten, er is subiet nog taart en koffie.”

De madam van de kruidenier: “Da zal ’t zijn, m’n engeltje?”

Een kind van 8 vliegt op me af en begroet me met een bijna wurgende knuffel. We zijn niet eens familie.

Een compliment van een volslagen onbekende. “Schone laarzen, mevrouw. Waar hebt u die gevonden?”

Iemand die in je ogen kijkt. “Ik hou van u.”

Of “Je t’ aime”, “I love you”, “Seni seviyorum” of “Wo aì ni”.

Een plotse herinnering aan iemand die je graag hebt gezien. “Weet je nog, toen…?”

Een tienermeisje op straat kijkt. Ze aarzelt, maar lacht toch terug. Lief.

Het wordt kouder buiten. Maar mogelijkheden genoeg om de wereld zelf wat op te warmen. Zonder chauffage.

 


Kaasrelaas

19 mei 2011

“Hebt u iets van gebak met kaas of vlees?” Het leek mij een vrij eenvoudige vraag aan de bakker. Drie klanten lang had ik getwijfeld: zou ik het durven? Ik had vastgesteld dat zij het allemaal anders deden, maar ik raapte al mijn moed bij elkaar en deed het toch op mijn manier.

De man keek me aan met een vriendelijke, schaapachtige glimlach. Alsof ik net een wonderlijke toverspreuk had uitgesproken en hij op het effect wachtte. Mijn magie bleek ongewild te werken, want de bakker bleef me enkele seconden lang verbluft aanstaren. “Vlees”, herhaalde ik. “Of kaas”. En toen spreidde hij zijn handen, haalde hij zijn schouders op en knikte hij van nee. Met een beduusde glimlach erbij. Een duidelijke “Nee mevrouw, ik begrijp u niet”. Dat kon ik zo wel zien. En bovendien lag het gebak met kaas nogal zichtbaar onderaan in de bakkerstoog te blinken.

Ik zwichtte voor de stress van de langzaam aangroeiende rij wachtenden achter me. En probeerde het dan maar in het Frans. Want zelfs met eenvoudige woorden als gebak, vlees en kaas kon de Brusselse bakker blijkbaar geen babbel beginnen. Ik wilde hem nochtans de kans gunnen om -wie weet- zijn moeizaam ingestudeerde Nederlandse woordenschat te oefenen met mij. “Frommaasj”, bracht ik stuntelig uit. En ik puntte mijn wijsvinger in de richting van het bewuste kaasobject. “Pain”. De man ontwaakte uit zijn betovering, griste een papieren zakje van de toonbank en schoof er twee kaasbroodjes in.

Op vakantie in Frankrijk had ik dit ongetwijfeld een charmant winkeluitje gevonden. Ik had gelachen om mijn eigen stuntelige gebrek aan kennis van patisseriefrans. Maar in mijn tweetalige hoofdstad beende ik boos naar buiten. Zelfs geen “dank u” of “tot ziens”? Ik ben hier toch niet op vakantie? Thuis wil ik begrepen worden in de taal die ik thuis spreek!

Eén kaasbroodje en twee straten verder vertraag ik mijn pas. En vraag ik me af waar ik me nu zo druk om maak. Ik spreek toch Frans, wat is dan het probleem? De bakker heeft mij toch begrepen, al is het met gebarentaal? Ik heb gekregen wat ik vroeg, met een gratis glimlach erbij. Wat zit ik me dan op te winden? Of de bakker zijn broodjes nu in het Frans, Chinees, Kamtsjatka of Lingala bakt: kaasbroodjes zijn in alle talen van de wereld even lekker.


In beeld

22 juni 2010

Ik zoek in de fotodatabank van Belga naar een geschikte coverfoto voor deze week, bij een artikel over het naderende Belgische voorzitterschap van de Europese Unie.

En wat krijg ik wanneer ik simpelweg naar de term “Europa” zoek? Uit de oneindige verzameling van duizenden en duizenden foto’s krijg ik beelden van: oude mannen in pak, voetbal, leden van koningshuizen, kastelen en knappe dames. Zou dat ook het beeld zijn dat in andere continenten van ons hebben?


Warhoofd, alarmfase 4

13 april 2010

De werkdag is nog geen kwartier begonnen, of mijn euro valt. Dat ik een gepland artikel carrément vergeten ben te schrijven. Nog een werkdagje om dat in te halen, gelukkig, maar toch… Van mogelijk aangename en interessante reportage in het groen naar bureau- en telefoonwerk. Misschien maar beter ook, gezien het hooikoortsseizoen vorige week op ongemeen brutale wijze van start is gegaan. Hoe kan ik zoiets nu toch vergeten?

De werkdag is nog geen halfuur begonnen, of mijn verwarde hoofd manifesteert zich weer met vreemde gebeurtenissen als gevolg. Ik druk op het knopje van de koffieautomaat voor mijn eerste portie vloeibare geesteskracht van de dag. Mijn blik dwaalt naar de hemel, die vandaag nauwelijks blauwer en helderder kan, en daardoor merk ik veel te laat dat ik mijn koffiekop niet onder maar naast de automaat heb neergezet. Koffie spettert alle kanten op. Gelukkig helpt de dichtstbijzijnde poetsvrouw mij uit de nood. Maar toch… Waar zit mijn hoofd vandaag?

Avondlijke update:

Ik stootte sindsdien ook nog mijn hoofd aan de kapstok in het toilet (vraag me niet hoe!), maaide een -gelukkig leeg- glas van de tafel in de Pizza Hut en liet mijn handtas wel een keer of vijf stomweg op de grond vallen. Tip voor wie zijn gezondheid graag intact houdt: misschien beter even uit mijn buurt blijven?


Gefoefel

2 maart 2010

Waar zit ik met mijn gedachten?

We hebben dringend een bepaalde foto nodig. Ik wil hem opzoeken op het wereldwijde web.

En ik typ:

www.foofle.ge

Freudiaans? ;-)


Vrouwen

2 maart 2010

Waar zit ik met mijn gedachten?

Ik typ een interview over vrouwenrechten uit en zet volgende zin op papier:

In een klas wetenschappen mogen dan al minder meisjes beginnen, er zijn er in verhouding méér die de eindstreep en hun boodschappen halen.

Onbewuste stereotiepen in mijn hoofd? Voor het volgende Weekblad vervang ik het foute woord toch maar door “diploma”…


Vraagstaart

18 februari 2010

Wat een geweldige job heb ik toch. Betaald worden om vragen te stellen. Lijkt geen moeite. Want sinds ik zo rond mijn vierde constant vragen begon af te vuren op de wereld (tot wanhoop van mijn vader, die me afwisselend plagend en zuchtend ‘vraagstaartje’ noemde), ben ik daar nooit meer echt mee gestopt. Ik denk, ik schrijf en eindig elke regel met een vraagteken.

En wat meer is: ik ben nooit degene die passende antwoorden moet verzinnen…


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.