Doen alsof (3)

2 januari 2010

Het nieuwe jaar, exact 23 uur oud, beet mijn neus af met bittere winterkou. De eerste avond is gevallen. Op mijn vuur pruttelt een pot dikke erwtensoep, de lichtjes flonkeren -nog even- in mijn kerstboom. Winter rondom, winter alom.

Ik doe voor de derde keer deze week een poging om selectief mijn zintuigen te negeren. Ik maak de kaarsjes in de woonkamer aan, die een temperamentvol licht werpen op de vuurrode muur. Ik leg de plaat met de vurige Cubaanse erop in mijn cd-lader. Salsa! Maracas, campana en trompetten doen de alomtegenwoordige jingle bells snel vergeten.

Naar het voorbeeld van YouTube-leraars Stephanie en Anthony draai ik heupwiegend de woonkamer rond. 1-2-3, draaien in drie tellen. 1-2-3, en vooruit. 1-2-3, en oversteken. Op kousenvoeten. Het lukt!

Ik klik Stephanie en Anthony weg en draai de volumeknop hoger. Pasjes in de benen, ogen even dicht en genieten. Wegdromen, want het ritme in mijn lijf is dat van zon, warmte en levensvreugd. Van stranden, cocktails en liefde. Van mijn kerstboom zie ik alleen de lichtjes schitteren, de spar die hen draagt wordt een zuiderse palmboom. Het spel op mijn rode muur herleid tot onvervalst vuur. De woonkamer omgetoverd tot persoonlijke dansvloer. Doen alsof kost me geen enkele moeite meer.

De ultieme test: ook met hakken aan heb ik de pasjes nog onder de knie. Held zal opkijken volgende keer op de -echte- dansvloer. Ik kan nu tenminste doen alsof ik salsa kan dansen!


Doen alsof

29 december 2009

Ik ga doen alsof het niet putje winter is. Ik negeer vanavond mijn halfbevroren tenen. Een warme spiegeltent wacht op mij, een paleis met zuiderse klanken van bachata, salsa en latin popmuziek. Ogen dicht, voeten laten meeslepen door het juiste ritme, niet-zo-zuinige slokjes sangria of porto met de geur van warmere oorden. Zomergevoel in een glas. Doen alsof de winter niet buiten wacht om toe te slaan zodra de laatste muzieknoten zijn weggestorven.

Een portie zuiderse klanken op zijn tijd zorgt ervoor dat de winterkou geen kans krijgt om de warmte in mijn hart te verjagen.


Een gladde missie

18 december 2009

Ik liep nonchalant het economaat binnen. Een collega had me getipt. “Ze liggen links, onderaan in een bak.”

Ik kijk links, rechts, niemand. Buk me een steek mijn arm uit. Glip weer buiten met de buit: twee postzakken. Die later op de avond zeer van pas zullen komen.


Wakker of niet, en alles daartussen

29 november 2009

Wil niet wakker. Draai me nog zes keer om. Gebruik het donsdeken als winterse ochtendjas.

Licht, nauwelijks die naam waardig, piept tussen de gordijnen. Grijs en flauw. Regen tikt me weer in slaap.

Halfwakker. Grijp op de tast naar de afstandsbediening van de radio. Zap via techno en zondagsmis naar muziek met gezapig zondagochtendritme. Ogen toe, genieten.

Officieel wakker. Sta op, maak winterse ontbijtpap met kaneel en kardemom. Pastoor preekt ergens op achtergrond. Papa belt, zus belt. Allebei veel wakkerder dan ik. Of ik verse mango’s wil. Of ik wil weten hoe het gisteravond was. Maar ik wil alleen maar zondag.

Nog niet wakker genoeg. Kruip met kom warme pap in de zetel. Verschuil me onder twee fleece dekentjes en wentel mij in de zondagse beschouwingen van De Zevende Dag. Rudi Kennes over Opel Antwerpen, Paul D’Hoore over Dubai, Alain Indria over veganistisch koken voor Moby, Stef Kamil Carlens over zijn zelfgemaakte roze broek. Ik luister en kijk vanuit mijn veilige zetel. Met elk gesprek net iets wakkerder.

13u07. Tijd om nacht om te ruilen voor dag, pyjama voor ietwat deftige kledij. Tijd voor helemaal wakker.


Wolkjes

8 januari 2009

Perron 11, Brussel-Noord. De laatste trein heeft vertraging. Bittere koude vreet aan mijn tenen, vingers, oren. Ik adem wolkjes. Maar toch denk ik er niet aan de vrieskou te verdrijven met de hete thee uit mijn thermos. Een enkele slok zou immers zijn laatste zoen van mijn lippen spoelen, zonder mededogen voor de melancholie.

Laat mij maar bevriezen. Dat luttele uurtje met Held, aan een simpel tafeltje in een ongezellige fastfoodtent, heeft me moeiteloos doen smelten vanbinnen. Mijn bloed klopt warm, ik leef en alles bougeert. In de koude sneeuwlaag op mijn rug heeft zijn warme hand een gloeiende afdruk achtergelaten.

Het vriest -10. Maar mijn hart is weer ontdooid. Zuiderse temperaturen heersen in mijn hoofd en daar kan geen koning Winter tegenop.


Ochtendlijke survivaltrip

17 oktober 2008

De tijden van ochtendlijk donker zijn weer begonnen. En het gaat er na volgend weekend niet veel beter op worden. Mijn ogen plakken nog dicht als sputterend protest tegen dat onkatholieke uur waarop ik uit bed strompel. En de woonkamer is een waar hindernissenparcours, met de buitendeur als eindbestemming.

Het parcours begint aan de gordijnen tussen keuken en woonkamer. Als extra moeilijkheid on the road is er de ballast van iPod, GSM, zakdoekjes en twee rozijnenboterhammen die in mijn handtas of in mijn mond moeten belanden. En die bevindt zich óók aan de andere kant van de woonkamer.

De lichtknop van de woonkamer staat natuurlijk aan de foute kant. Dus moet ik mijn ochtendlijke parcours, zo’n vier meter lang schat ik, afleggen in het duisterste duister denkbaar. Op sloffen.

Met mijn armen vol prul-dat-absoluut-mee-moet-naar-het-werk worstel ik eerst met de gordijnen. Tot mijn ellebogen het gat in het midden vinden en ik mij daar door kan wurmen. Dan: voetje voor voetje voortschuifelen. Eerst oppassen voor mijn mobiele chauffageke rechts. Geen sinecure, aangezien ik dat om één of andere wispelturige reden elke avond wel verzet. Tegelijkertijd proberen om het lage ladenkastje links te ontwijken. En de hoek van mijn zetel. Want die laatste heeft mij al verschillende keren een blauwe teen bezorgd en ik kan u zeggen dat dat geen deugd doet.

Wanneer ik smooth en safe het chauffageke, het kastje en de zetel voorbij ben, kan ik weer opgelucht ademhalen. Denk ik. Het einde is in zicht, ik ben al een meter of drie gevorderd. De schuifdeur bijna binnen handbereik. Ik breek mijn brein al over de vraag hoe ik die met alle rommel in mijn handen open ga krijgen. Maar ik vergeet de mogelijkheid dat zijn pantoffels nog rondslingeren op het eind van mijn parcours. Nu ja, zijn pantoffels. Mijn pantoffels. Eerder slefkes, eigenlijk. Oranje. Die hij altijd aandoet wanneer hij bij mij logeert. Zoals vorig weekend.

Ik vergeet de pantoffels dus. En ik struikel er over. Boenk, bijna met mijn neus tegen de schuifdeur. Bijna onderuit, met de zetel als strategisch geplaatste zachte redding. Maar: bijna, niet helemaal! Ik maak wel een vreemd huppelpasje wanneer ik over de pantoffels struikel (gelukkig is het donker en kan ik mezelf niet eens zien klungelen), maar ik val niet. Maar in het duister schittert slechts één ding: mijn stralend brede glimlach. Omdat ik over zíjn pantoffels elke dag wel wil struikelen.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.